Wat komt er allemaal kijken bij een algemene vergadering van aandeelhouders? Deel 7: de notulen

Wat komt er allemaal kijken bij een algemene vergadering van aandeelhouders? Deel 7: de notulen

In een BV (besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid) hebben de aandeelhouders het uiteindelijk voor het zeggen. Zij beslissen over de belangrijkste onderwerpen, zoals – om er maar een paar te noemen – de benoeming en ontslag van bestuurders, uitkering van dividend, statutenwijziging en liquidatie.

Die besluitvorming door de aandeelhouders vindt plaats in de algemene vergadering van aandeelhouders, ook wel gewoon algemene vergadering genoemd, of AvA. Dat is niet alleen een bijeenkomst waarin vergaderd wordt en besluitvorming plaatsvindt, maar ook een orgaan van de vennootschap, waaraan specifieke bevoegdheden toekomen. Zie het maar als het parlement van de vennootschap.

Er komt aardig wat kijken bij het houden van de algemene vergadering van aandeelhouders. Vragen die daarbij opkomen zijn: hoe vaak moet er vergaderd worden, wie moet of mag een algemene vergadering bijeenroepen, waaraan moet de oproeping voldoen? Maar ook: wie moeten er worden uitgenodigd en wie hebben er stemrecht? En, hoe zit het met elektronische vergaderingen en besluitvorming buiten vergadering? Voor de geldigheid van de genomen besluiten is het belangrijk dat de formaliteiten in acht genomen worden. Die liggen vast in de wet en de statuten.

Dit (voorlopig) laatste deel van deze reeks gaat over de notulen en de vastlegging van buiten vergadering genomen besluiten. 

Bij vergaderingen horen notulen. Dat lijkt vanzelfsprekend. Het is daarom opmerkelijk dat de wet geen bepaling kent die het houden van notulen expliciet verplicht. De wet bepaalt slechts dat het bestuur aantekening moet houden van de besluiten die zijn genomen in de algemene vergadering (artikel 2:230, lid 4 BW). 

Aantekening van genomen besluiten

Deze aantekeningen moeten op het kantoor van de vennootschap ter inzage liggen van de aandeelhouders en andere vergadergerechtigden. Zij hoeven overigens niet naar het kantoor van de vennootschap te gaan om de aantekeningen in te zien. Zij mogen ook een afschrift of uittreksel van die aantekeningen opvragen. De vennootschap mag daarvoor ten hoogste de kostprijs daarvan in rekening brengen. Voor het uitoefenen van deze rechten maakt het niet uit of de aandeelhouders en de andere vergadergerechtigden al dan niet op de betreffende algemene vergadering aanwezig zijn geweest.

Dat de wet alleen expliciet verplicht tot het vastleggen (aantekening houden) van besluiten, betekent niet dat er nooit notulen gemaakt moeten worden. Wat is eigenlijk het verschil tussen aantekening houden van besluiten en het maken van notulen? Het houden van aantekening van de genomen besluiten beperkt zich tot het opschrijven van de genomen besluiten. Het is kortom de besluitenlijst.  Daaronder valt niet wat er verder ter vergadering is besproken. De overwegingen en achtergronden die tot een besluit hebben geleid behoeven geen onderdeel uit te maken van de besluitenlijst. Die worden doorgaans wel opgenomen in notulen. Het kan later juist heel belangrijk zijn om de overwegingen die vooraf gegaan zijn aan het besluit terug te kunnen lezen.

Notulen

Onder notulen wordt verstaan een kort schriftelijk verslag van een vergadering (Van Dale), dan wel een geschreven verslag van wat gezegd is tijdens een vergadering (Woorden.org). Daaruit volgt dat notulen uitgebreider zijn dan de besluitenlijst. De notulen bevatten een samenvatting van hetgeen tijdens de vergadering aan de orde is geweest. Daaronder vallen dus ook een eventueel gegeven toelichting bij een (voorstel voor een te nemen) besluit, de door de aanwezigen ingenomen standpunten en de daarover gevoerde discussie. Samen zijn dit de beraadslagingen van een vergadering.

De praktijk bewijst dat het nuttig en verstandig is om (algemene) vergaderingen te notuleren en niet slechts een besluitenlijst te maken. Het hebben van notulen kan zijn dienst bewijzen als er geschillen rijzen over wat er is besproken of afgesproken. Ook voor het achteraf beoordelen van het functioneren van de vennootschap of van bepaalde organen of functionarissen van de vennootschap zijn notulen van belang. Dat speelt bijvoorbeeld in enquêteprocedures en in procedures over de aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen.

Hoewel de wet daartoe niet expliciet verplicht, kan er toch een juridische verplichting bestaan om notulen te maken. In de eerste plaats is die verplichting vaak in de statuten opgenomen. Maar ook zonder een dergelijke statutaire verplichting mag worden aangenomen dat de normen van goed ondernemingsbestuur (good corporate governance) met zich meebrengen dat algemene vergaderingen worden genotuleerd. Het hangt van de omstandigheden van het geval af hoe uitgebreid de notulen moeten zijn. Het is lastig om daar algemene richtlijnen voor te geven. Eentje wil ik toch wel noemen: Is er maar één aandeelhouder, dan kunnen de notulen beperkt zijn. Zijn er meer aandeelhouders, dan zal eerder de behoefte bestaan aan uitgebreidere notulen, vooral met betrekking tot aangelegenheden waarover de aandeelhouders verschillend denken.

Praktijktips

Voor de inhoud van de notulen kunnen enkele tips gegeven worden. Sommige komen misschien over als een open deur, maar de ervaring leert dat ook op die onderdelen het in de praktijk mis kan gaan:

  • vermeld de statutaire naam van de vennootschap, vestigingsplaats en KvK-nummer
  • noem de locatie en de datum van de vergadering
  • neem op wie aanwezig zijn – eventueel met verwijzing naar een aangehechte (getekende) presentielijst – en hun hoedanigheid
  • vermeld de wijze van oproeping voor de vergadering
  • neem op of voldaan is aan de formele voorschriften voor de vergadering, zoals de plaats, de termijn van oproeping, quorum e.d., zodat rechtsgeldige besluiten kunnen worden gehouden
  • zorg voor een zorgvuldige vastlegging van de genomen besluiten en vermeld per besluit wat de uitslag van de stemming is
  • maak een samenvatting van het hetgeen besproken is, die ook voor degenen die niet aanwezigen waren begrijpelijk is

Notulen moeten ten minste bevatten de belangrijkste discussiepunten (met argumenten pro en contra), de redenen voor de genomen beslissing, of en in welke zin de bestuurders en commissarissen gebruik hebben gemaakt van hun adviserende stem, en een korte samenvatting van de ingewonnen adviezen van deskundigen. Als er ten aanzien van een te nemen besluit sprake is van tegenstrijdige belangen, is het raadzaam daar melding van te maken.

Vaststellen van de notulen

Voor het vaststellen van de notulen bestaan in de praktijk de volgende twee hoofdvormen. De notulen worden ofwel vastgesteld en ondertekend door de voorzitter, al dan niet samen met de secretaris/notulist, ofwel vastgesteld tijdens de volgende vergadering. Bevatten de statuten een verplichting tot het notuleren van algemene vergaderingen, dan zullen zij ook vaak voorschrijven op welke wijze de notulen moeten worden vastgesteld.

Notarieel proces-verbaal

De notulen kunnen ook worden opgenomen in een notarieel proces-verbaal. In dat geval is een notaris ter vergadering aanwezig. Na afloop maakt de notaris een notariële akte op met daarin een verslag van de vergadering. Notulen die in een notariële akte worden opgenomen hebben een sterkere bewijskracht.

De voorzitter

Een goede leiding van de vergadering door de voorzitter komt het notuleren ten goede. De voorzitter moet uiteraard zorgen voor een ordelijk verloop van de vergadering. Daarnaast ziet de voorzitter erop toe dat de voorstellen waarover gestemd wordt duidelijk zijn geformuleerd. De voorzitter moet ook vaststellen wat de uitslag is van een stemming. Dit moet ervoor zorgen dat er geen misverstand ontstaat over de vraag of een besluit benomen is en wat de inhoud daarvan is.

De wet bepaalt dat de door de voorzitter uitgesproken stemmingsuitslag en de inhoud van een genomen besluit beslissend is (artikel 2:13, lid 3 BW). Wordt onmiddellijk daarna door een van de aanwezigen de juistheid betwist van de door de voorzitter uitgesproken stemmingsuitslag of inhoud van het besluit, dan moet er opnieuw gestemd worden wanneer één van de aanwezige stemgerechtigde dat wenst. Heeft de eerste stemming hoofdelijk of schriftelijk plaatsgevonden, dan is voor een herstemming een meerderheid van de vergadering nodig.

De voorzitter bepaalt ook wie er behalve de vergadergerechtigden nog meer bij de algemene vergadering aanwezig mogen zijn. Algemeen aanvaard principe is dat vergadergerechtigden altijd een advocaat, notaris of accountant als adviseur moet kunnen meenemen.

De wet bepaalt niet wie de voorzitter is. In de statuten staat daarover vaak wel een bepaling.  Zo niet, dan beslist de vergadering zelf wie de voorzitter is. Het besluit tot benoeming van een voorzitter hoeft overigens niet geagendeerd te worden.

Besluitvorming buiten vergadering

Aandeelhouders hoeven voor het nemen van besluiten niet per se bij elkaar te komen. Ook buiten vergadering kunnen zij besluiten nemen. De wet stelt daarvoor wel enkele bijzondere eisen (artikel 2:238 BW).

Alle vergadergerechtigden moeten ermee hebben ingestemd dat het besluit buiten vergadering genomen wordt, waardoor over het besluit niet in een vergadering wordt beraadslaagd. Die instemming van de vergadergerechtigden mag ook elektronisch gegeven worden, tenzij de statuten dit uitsluiten.

Daarnaast moeten de stemmen schriftelijk worden uitgebracht. Elektronisch stemming is toegestaan, tenzij de statuten dat uitsluiten. Als alternatief voor het schriftelijk (of elektronisch) stemmen mag men het besluit ook schriftelijk (of elektronisch) vastleggen met vermelding van de wijze waarop door de stemgerechtigden is gestemd. In dat geval is het ook mogelijk dat de stemgerechtigden telefonisch stemmen. Ondertekening van het besluit door de stemgerechtigden is niet nodig. Het is uiteraard wel aan te bevelen dat dan goed wordt gedocumenteerd hoe de procedure is verlopen en hoe iedere stemgerechtigde heeft gestemd.

Voor het nemen van een besluit buiten vergadering geldt dezelfde meerderheidsvereiste als voor het nemen van het besluit in een vergadering. Het is dus niet noodzakelijk dat voor besluiten buiten vergadering in alle gevallen unanimiteit vereist is.

Ook moeten bestuurders en commissarissen voorafgaand aan de besluitvorming in de gelegenheid gesteld zijn om advies uit te brengen. Het ligt voor de hand dat deze adviezen ter kennis gebracht worden aan alle vergadergerechtigden voordat zij aangeven of zij instemmen met besluitvorming buiten vergadering.

Is uw vraag nog niet beantwoord of hebt u behoefte aan advies, neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

Lees ook de andere artikelen in deze serie:

Deel 1: Hoe vaak moeten aandeelhouders vergaderen

Deel 2: Het bijeenroepen van de algemene vergadering van aandeelhouders

Deel 3: De agenda

Deel 4: Vergaderrecht en vergadergerechtigden

Deel 5: Elektronisch vergaderen

Deel 6: stemrecht en besluitvorming

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Handelsregister nog niet klaar voor WBTR – inwerkingtreding gedeeltelijk uitgesteld

Handelsregister nog niet klaar voor WBTR – inwerkingtreding gedeeltelijk uitgesteld

Vandaag, 1 juli 2021, treedt de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen in werking. Alleen niet op alle onderdelen. De bepalingen met betrekking tot de het instellen van een one-tierboard bij verenigingen, stichtingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen zijn tot nader order uitgesteld. De reden hiervan is dat de Kamer van Koophandel de technische mogelijkheid (aangeven of een bestuurder uitvoerend of niet-uitvoerend is) hiervoor nog niet op orde heeft.Op dit moment is dat alleen nog voor BV en NV ingericht. De inwerkingtreding van deze bepalingen is dus afhankelijk van wanneer de Kamer van Koophandel deze technische mogelijkheid heeft ingeregeld. Het is nog niet duidelijk wanneer dit zal zijn.

Wilt u meer weten over de WBTR en/of de one-tier board, lees dan onderstaande blogjes:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Wat komt er allemaal kijken bij een algemene vergadering van aandeelhouders? Deel 6: stemrecht en besluitvorming

Wat komt er allemaal kijken bij een algemene vergadering van aandeelhouders? Deel 6: stemrecht en besluitvorming

In een BV (besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid) hebben de aandeelhouders het uiteindelijk voor het zeggen. Zij beslissen over de belangrijkste onderwerpen, zoals – om er maar een paar te noemen – de benoeming en ontslag van bestuurders, uitkering van dividend, statutenwijziging en liquidatie.

Die besluitvorming door de aandeelhouders vindt plaats in de algemene vergadering van aandeelhouders, ook wel gewoon algemene vergadering genoemd, of AvA. Dat is niet alleen een bijeenkomst waarin vergaderd wordt en besluitvorming plaatsvindt, maar ook een orgaan van de vennootschap, waaraan specifieke bevoegdheden toekomen. Zie het maar als het parlement van de vennootschap.

Er komt aardig wat kijken bij het houden van de algemene vergadering van aandeelhouders. Vragen die daarbij opkomen zijn: hoe vaak moet er vergaderd worden, wie moet of mag een algemene vergadering bijeenroepen, waaraan moet de oproeping voldoen? Maar ook: wie moeten er worden uitgenodigd en wie hebben er stemrecht? En, hoe zit het met elektronische vergaderingen en besluitvorming buiten vergadering? Voor de geldigheid van de genomen besluiten is het belangrijk dat de formaliteiten in acht genomen worden. Die liggen vast in de wet en de statuten.

In deel 6 van deze serie ga ik nader in op de besluitvorming in de vergadering, onder andere hoe het stemrecht geregeld is.

Stemrecht

Een van de belangrijkste rechten van een aandeelhouder is het stemrecht. Daarmee kan de aandeelhouder immers mede bepalen welke besluiten er in de algemene vergadering worden genomen. Hoofdregel is dat iedere aandeelhouder tenminste één stem heeft. Hierop bestaan diverse uitzonderingen. In de statuten kan namelijk bepaald zijn dat aan bepaalde aandelen geen stemrecht is verbonden (stemrechtloze aandelen). Ook kan het stemrecht zijn overgedragen aan een vruchtgebruiker of pandhouder van de aandelen. En daarnaast kan in de statuten zijn bepaald dat een aandeelhouder zijn stemrecht niet kan uitoefenen, zolang deze in gebreke is te voldoen aan een wettelijke of statutaire verplichting.

Evenredig aantal stemmen

Als alle aandelen dezelfde nominale waarde hebben, is aan ieder aandeel één stem verbonden. Een aandeelhouder kan dan net zoveel stemmen uitbrengen als hij aandelen bezit. Zijn er aandelen met verschillende nominale waarden, dan is het aantal stemmen evenredig aan de nominale waarde. Aan een aandeel met de kleinste nominale waarde is één stem verbonden. Andere aandelen hebben zoveel stemmen als de nominale waarde van het kleinste aandeel past in de nominale waarde van die andere aandelen. Dus als het aandeel een nominale waarde van € 1,- heeft en andere aandelen hebben een nominale waarde van € 10,-, dan heeft het eerstgenoemde aandeel één stem en de andere aandelen hebben 10 stemmen. Het aantal stemmen wordt naar beneden afgerond op een heel getal.

De statuten kunnen de stemrechten echter ook anders verdelen. Zoals gezegd, kan bepaald worden dat aan sommige aandelen geen stemrecht is verbonden. Ook kunnen de statuten aan sommige aandelen meer stemrechten toekennen dan volgens de hiervoor beschreven hoofdregel het geval is. Voorwaarde is wel dat het stemrecht is verbonden aan een aandeel (of een vruchtgebruik of pandrecht daarop). Het toekennen van stemrechten in de algemene vergadering zonder aandelen is niet mogelijk.

Geen stemrecht op aandelen in eigen kapitaal

Voor een aandeel dat toebehoort aan de vennootschap zelf (de vennootschap heeft het aandeel van de aandeelhouder ingekocht) of aan een dochtervennootschap kan geen stem worden uitgebracht. Hetzelfde geldt als de vennootschap of een dochtervennootschap een certificaat van een aandeel bezit. De wet kent verder nog een bijzondere regeling voor het (niet vaak voorkomende) geval dat de vennootschap (of een dochtervennootschap) aandelen bezit waarop een vruchtgebruik of pandrecht is gevestigd en voor het geval de vennootschap (of een dochtervennootschap) een vruchtgebruik of pandrecht heeft op een aandeel. Aangezien dit zeer zelden voorkomt, ga ik hier niet verder op

Meerderheid van stemmen

Voor het nemen van besluiten is in de meeste gevallen een volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen (de helft plus één) voldoende. Stemonthoudingen, blanco stemmen en ongeldige stemmen worden beschouwd als niet uitgebracht. Soms bevatten de statuten echter een bepaling dat blanco stemmen als tegenstem worden aangemerkt.

Voor sommige onderwerpen schrijven de wet en/of de statuten een versterkte meerderheid voor. De helft plus één van de uitgebrachte stemmen is dan niet voldoende. Dan is er een hoger percentage voorstemmers nodig. Om welk percentage het dan gaat, volgt uit de wet of de statuten. Het is niet ongebruikelijk dat in de statuten is bepaald dat besluiten tot wijziging van de statuten of tot ontbinding van de vennootschap genomen moeten worden met een versterkte meerderheid.

Staken der stemmen

Maar wat nu als de stemmen staken? De stemmen staken als er net zoveel stemmen vóór zijn uitgebracht als tegen. De wet bepaalt als hoofdregel dat het voorstel dan is verworpen, tenzij het gaat om de verkiezing van personen. In dat laatste geval beslist, bij het staken der stemmen, het lot. In de statuten kan hiervoor een andere regeling worden getroffen. Dat kan bijvoorbeeld zijn dat in zo’n geval de beslissing wordt genomen door een derde. Die derde kan een persoon zijn of een instantie.

Quorum

Voor sommige onderwerpen bepaalt de wet dat daarover alleen een geldig besluit kan worden genomen als een in de wet bepaald gedeelte van het kapitaal in de vergadering vertegenwoordigd is. Dit wordt een quorum genoemd. Ook in de statuten kan een quorum-eis zijn opgenomen. Dat kan gelden voor alle besluiten van de algemene vergadering of alleen voor de in de statuten genoemde onderwerpen.

Een voorbeeld van een wettelijke quorum-eis is het besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders om af te wijken van een bindende voordracht voor een bestuursbenoeming. De wet eist dat zo’n besluit alleen geldig is als het besluit genomen wordt met ten minste twee/derde van het aantal uitgebrachte stemmen (een versterkte meerderheid), welke twee/derde meer dan de helft van het kapitaal (het quorum) vertegenwoordigen. Een ander voorbeeld is het volgende. Hiervoor hebben we gezien dat in de statuten kan worden afgeweken van de wettelijke (hoofd)regels voor het aantal stemmen dat aan de aandelen is verbonden. Een besluit om een dergelijke afwijking in de statuten op te nemen, kan slechts met algemene stemmen (unanimiteit) worden genomen in een vergadering waarin het gehele kapitaal vertegenwoordigd is.

Het quorum-vereiste geldt in beginsel alleen in de eerste vergadering waarin over het betreffende onderwerp wordt vergaderd. Is het vereiste quorum dan niet vertegenwoordigd, dan kan geen besluit genomen worden. De wet zegt dat dan een nieuwe vergadering uitgeschreven kan worden, waarin de quorum-eis niet geldt. In de oproeping voor die nieuwe vergadering moet dat worden vermeld. De statuten kunnen het ook anders regelen.

Is uw vraag nog niet beantwoord of hebt u behoefte aan advies, neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

Lees ook de andere artikelen in deze serie:

Deel 1: Hoe vaak moeten aandeelhouders vergaderen

Deel 2: Het bijeenroepen van de algemene vergadering van aandeelhouders

Deel 3: De agenda

Deel 4: Vergaderrecht en vergadergerechtigden

Deel 5: Elektronisch vergaderen

Deel 7: De notulen

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

De advocaat en de Wwft

De advocaat en de Wwft

Wat is de Wwft en waarom is deze in het leven geroepen

Wwft staat voor Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. De naam zegt het al: het doel van deze wet is om terrorismefinanciering en witwassen van geld te bestrijden. Witwassen houdt in dat illegaal verkregen vermogen legaal wordt gemaakt, zodat de illegale herkomst niet langer zichtbaar is. Men spreekt van terrorismefinanciering als vermogen wordt gebruikt om terroristische activiteiten mogelijk te maken.

De meeste ondernemers handelen integer en laten zich niet misbruiken om crimineel geld wit te wassen of om terrorisme te financieren. Maar soms komt het voor.

Daarom is op Europees niveau een aantal Richtlijnen in het leven geroepen, die hebben geleid tot de Wwft. Deze wet verplicht financiële en andere instellingen, die bepaalde in de wet genoemde (financiële) diensten verrichten, te onderzoeken wie hun klanten precies zijn, maar ook om ongebruikelijke transacties te signaleren en te melden. Op die manier helpen deze instellingen mee om criminaliteit en terrorisme tegen te gaan. Naast voor de hand liggende instellingen, zoals banken, vallen casino’s, trustkantoren, accountants, belastingadviseurs, notarissen en ook advocaten onder deze verplichting.

Welke diensten van advocaten vallen hier wel/niet onder?

Advocaten krijgen met name met deze wet te maken bij transacties in de in de vastgoed- en vennootschapspraktijk, zoals:

  • de aan- en verkoop van onroerend goed en het vestigen van hypotheek
  • het aan- en verkopen van ondernemingen en aandelen daarin
  • het oprichten van vennootschappen en rechtspersonen
  • overige financiële en onroerend goed transacties

(Een uitgebreide omschrijving van de diensten van advocaten die onder de Wwft vallen vindt u hier)

Er bestaat een uitzondering voor een eerste verkennend gesprek en voor het voeren van een procedure of het adviseren over (het voorkomen van) een procedure.

Verplicht cliëntenonderzoek

Wij zijn verplicht van alle bestaande cliënten de identiteit vaststellen, verifiëren en vastleggen. Als sprake is van een Wwft transcatie (zoals hierboven genoemd) moeten wij vervolgens nagaan wie de UBO van de organisatie is en of deze UBO op een internationale sanctielijst staat of een politiek prominent persoon (PEP) is. Bij lopende zaken wordt eens per jaar gecontroleerd of de ontvangen gegevens nog actueel zijn, tenzij aanleiding is om eerder een controle uit te voeren. Bij vaste cliënten worden bij iedere nieuwe zaak de eerder ontvangen gegevens gecontroleerd en waar nodig aangepast/aangevuld. Wanneer op andere wijze kennis wordt genomen van veranderingen bij de (onderneming van de) cliënt, dan worden de gegevens tussentijds gecontroleerd en waar nodig geactualiseerd.

Risico-inschatting

Vervolgens zijn wij bij elke zaak verplicht per zaak een risico-inschatting te maken, gebaseerd op doel en aard van de zakelijke relatie, het soort transactie en de herkomst van de middelen. Deze informatie moeten wij bij de client inwinnen. Hiervoor worden 3 risicoprofielen gehanteerd: vereenvoudigd/laag, normaal en verscherpt/hoog. In geval van de laatste categorie is het noodzakelijk aanvullend onderzoek te doen, c.q. informatie op te vragen.

Verhoogd risicoprofiel

Onder andere de volgende instellingen vallen onder het verhoogde risicoprofiel:

  • cryptobedrijven
  • massagesalons e.d.
  • horecabedrijven (tenzij langer dan 10 in eigendom van dezelfde eigenaar)
  • organisaties met een complexe eigendomsstructuur
  • organisatie waarvan de UBO een PEP is

Daarnaast vallen (met name) de volgende transacties onder dit verhoogde risicoprofiel:

  • aan- of verkopen van goederen met een koopprijs van meer dan € 1 miljoen
  • transacties waarbij uitsluitend niet EU-ingezetenen betrokken zijn
  • transacties met een complexe juridische structuur
  • transacties waarbij het contact met de cliënt uitsluitend via tussenpersonen verloopt
  • transacties met een partij uit de een van de hoge risicolanden

Meldplicht

Wij zijn verplicht om eventuele ongebruikelijke transacties te melden aan FIU-Nederland (Financial Intelligence Unit). Ongebruikelijke transacties worden geïdentificeerd aan de hand van in de wet opgenomen indicatoren. Bij ongebruikelijke transacties in het kader van de Wwft moet je bijvoorbeeld denken aan een contante opname of storting van een groot geldbedrag, huren onder valse identiteit, onduidelijkheid over fiscaliteit,  overboeking naar een risicoland. Voor meer concrete voorbeelden, klik op deze link.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Wat is een PEP

Wat is een PEP

Een PEP is in goed Nederlands een Politically Exposed Person, oftewel een politiek prominent persoon. Hieronder worden personen verstaan, die een prominente politieke functie bekleden of hebben bekleed en de directe familieleden of naaste geassocieerden van deze personen. Het begrip PEP beperkt zich niet tot buitenlandse politiek prominente personen: ook binnenlandse politiek prominente personen vallen onder dit begrip.

Een PEP is in elk geval iemand die één of meer van de onderstaande functies heeft, in het afgelopen jaar had of binnenkort zal hebben:

  • staatshoofd, regeringsleider, minister, onderminister of staatssecretaris
  • parlementslid of lid van een soortgelijk wetgevend orgaan (zoals de Eerste of Tweede Kamer)
  • lid van het bestuur van een politieke partij
  • lid van een hooggerechtshof, constitutioneel hof of van een andere hoge rechterlijke instantie die arresten wijst waartegen, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, geen beroep openstaat (zoals de Hoge Raad, de Raad van State en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven)
  • lid van een rekenkamer of van een raad van bestuur van een centrale bank
  • ambassadeur, zaakgelastigde of hoge officier van de strijdkrachten
  • lid van het leidinggevend lichaam, toezichthoudend lichaam of bestuurslichaam van een staatsbedrijf
  • bestuurder, plaatsvervangend bestuurder, lid van de raad van bestuur of bekleder van een gelijkwaardige functie bij een internationale organisatie (zoals Internationaal Gerechtshof, de Verenigde Naties, de instellingen van de Europese Unie, de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie en de Wereldhandelsorganisatie)
  • een andere met de hierboven vermelde functies vergelijkbare functie

Middelbare of lagere functionarissen vallen niet onder de hiervoor genoemde functies.

Ook familieleden van een PEP kunnen op hun beurt weer een PEP zijn. Dan gaat het om de ouders, de echtgenoot (of gelijkwaardig) of een kinderen of hun echtgenoot (of gelijkwaardig). Hetzelfde geldt voor personen van wie bekend is dat hij of zij een nauwe zakelijke relatie heeft met een persoon met een PEP-functie.

Is uw vraag nog niet beantwoord of hebt u behoefte aan advies, neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.