Recht van aandeelhouders op informatie, een analogie met parlement en kabinet

Recht van aandeelhouders op informatie, een analogie met parlement en kabinet

Vandaag – 29 april 2021 – debatteert de Tweede Kamer over de notulen van de Ministerraad. In dit debat staat de vraag centraal of de regering de Tweede Kamer juist heeft geïnformeerd over de toeslagenaffaire.

Hoe zit het met het informatierecht binnen vennootschappen?

Ook binnen vennootschappen komt deze problematiek voor. Vaak hebben (minderheids-) aandeelhouders, die niet in het bestuur vertegenwoordigd zijn, een informatieachterstand ten opzichte van (meerderheids-) aandeelhouders, die wel tevens bestuurder zijn.

Met betrekking tot de informatieplicht van ministers en staatssecretarissen staat in art. 68 van de Grondwet:

“De ministers en de staatssecretarissen geven de kamers elk afzonderlijk en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat.”

Het vennootschapsrecht kent een daarop lijkend voorschrift in art. 2:107 lid 2 BW voor NV’s en art. 2:217 lid 2 BW voor BV’s:

“Het bestuur en de raad van commissarissen verschaffen haar [de algemene vergadering] alle verlangde inlichtingen, tenzij een zwaarwichtig belang der vennootschap zich daartegen verzet.”

De vraag is of ook individuele aandeelhouders informatie kunnen opvragen, zoals art. 68 Gw dat expliciet bepaalt voor leden van de Eerste en Tweede Kamer? Of mag alleen de algemene vergadering als orgaan inlichtingen inwinnen? Als dit laatste het geval zou zijn, is het natuurlijk een koud kunstje voor de meerderheid van de aandeelhouders om een kritische minderheid af te snijden van de door deze gewenste informatie. Maar de Hoge Raad heeft het niet zover laten komen. Volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad heeft iedere aandeelhouder in de algemene vergadering het recht vragen te stellen. Dat gaat zelfs zover dat niet vereist is dat de vragen betrekking hebben op punten die op de agenda staan. De vennootschap is verplicht die vragen te beantwoorden. Ook andere vergadergerechtigden dan aandeelhouders hebben dit recht.

Informatierecht buiten vergadering

Uitgangspunt is dat aandeelhouders dit informatierecht niet buiten algemene vergaderingen kunnen uitoefenen. Dat kan soms onredelijk uitpakken. Denk bijvoorbeeld aan een BV waarvan een of meer aandeelhouders tevens bestuurders zijn en andere aandeelhouders niet. In zo’n geval kan er een verplichting bestaan van het bestuur om bepaalde informatie met alle aandeelhouders te delen. Men noemt dat een bijzondere zorgplicht van het bestuur jegens minderheidsaandeelhouders, op grond waarvan soms ook buiten het kader van een algemene vergadering informatie aan aandeelhouders moet worden gegeven.

Voorbeeld:

Een BV heeft twee aandeelhouders, X en Y. Aandeelhouder X, die de meerderheid van de aandelen heeft, is in het bestuur vertegenwoordigd. Y is dat niet. Tussen de BV en X (en aan X gelieerde entiteiten) hebben allerlei transacties plaatsgevonden, zoals leningen en overdrachten van IE-rechten en onroerend goed. In een dergelijk geval moet de BV uit eigen beweging en op vragen van Y ook buiten het verband van een algemene vergadering transparantie betrachten. Vragen van Y mogen alleen onbeantwoord blijven als daarvoor een voldoende zwaarwegende reden bestaat.

De algemene vergadering (lees: de meerderheid van de aandeelhouders) kan niet dit recht op informatie aan een individuele aandeelhouder ontzeggen. Evenmin kan de algemene vergadering besluiten dat het bestuur op een bepaald moment niet hoeft te antwoorden.

Geen informatierecht bij zwaarwichtig belang

Het recht op informatie is niet onbeperkt. De wet bepaalt dat geen inlichtingen gegeven hoeven te worden, indien een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich daartegen verzet. Daarbij kan men onder andere denken aan informatie die de concurrentiepositie van de vennootschap kan schaden. In zo’n situatie kan het helpen als de aandeelhouders bereid zijn om een geheimhoudingsverklaring te ondertekenen.

Conclusie

Het principe van het informatierecht is hetzelfde als bij het parlement en kabinet. Individuele aandeelhouders en andere vergadergerechtigden mogen in algemene vergaderingen vragen stellen. Het bestuur en de raad van commissarissen zijn verplicht die te beantwoorden, tenzij een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich daartegen verzet. Onder omstandigheden moet de vennootschap aandeelhouders ook buiten een algemene vergadering informeren. Bijvoorbeeld als er sprake is van meerderheids- en minderheidsaandeelhouders, de minderheidsaandeelhouders niet tevens bestuurders zijn en er transacties plaatsvinden tussen de vennootschap en de meerderheidsaandeelhouders.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Afdrukken