Het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel is een zogenoemde verzamelwet. Naast een regeling op het gebied van elektronisch vergaderen bevat het verschillende andere voorzieningen. Die voorzieningen moeten ervoor zorgen dat het wetgevingsproces, de rechtspraak en het openbaar bestuur zo goed als mogelijk blijft functioneren zolang de beperkingen als gevolg van de uitbraak van het coronavirus (Covid-19) gelden. Het voorstel regelt onder meer dat fysieke zittingen in gerechtelijke procedures in burgerlijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke zaken tijdelijk via elektronische weg kunnen plaatsvinden. Ook wordt geregeld dat notariële akten tijdelijk met behulp van audiovisuele middelen tot stand kunnen komen, zonder dat partijen die akte tekenen.

De tijdelijke wet voldoet aan een grote behoefte en het is dus te prijzen dat hier met voortvarendheid aan wordt gewerkt.

Op 8 april diende de regering het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer in en op dezelfde dag adviseerde de Raad van State. Op 9 april kwam reeds het eerste verslag over de wet van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, waarop de regering een dag later al reageerde met een Nota naar aanleiding van het verslag. De plenaire behandeling van het wetsvoorstel staat gepland voor 16 april.

Het onderdeel van de tijdelijke wet, dat gaat over elektronische vergaderingen heeft relatief weinig aandacht gehad van de parlementsleden. Toch valt er wel wat te verbeteren aan de regeling.

Terug