verjaring schadevergoeding

Verjaring van de vordering tot schadevergoeding; soms is juridisch inzicht nodig

12 oktober 2020 - Rik Harmsen

Een vordering tot schadevergoeding verjaart na 5 jaar. Deze termijn begint te lopen zodra de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Dit is de wet. 

Maar in jurisprudentie heeft de Hoge Raad in de loop der jaren daar nog enkele regels aan toegevoegd:

  • Het moet gaan om daadwerkelijke bekendheid. Het enkele vermoeden van het bestaan van schade, dan wel het enkele vermoeden welke persoon voor de schade aansprakelijk is, is niet voldoende.

  • De verjaringstermijn begint pas te lopen zodra de benadeelde daadwerkelijk in staat is een vordering tot schadevergoeding in te stellen. Daarvan zal sprake zijn als de benadeelde voldoende zekerheid – die niet een absolute zekerheid hoeft te zijn – heeft verkregen dat schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon.

  • Ook de omstandigheden van het geval spelen een rol.

  • Voor het gaan lopen van de verjaringstermijn wordt niet de eis gesteld dat de benadeelde ook bekend is met de juridische beoordeling van de feiten en omstandigheden die betrekking hebben op de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon.

Nuance

Op 9 oktober 2020 heeft de Hoge Raad de laatste regel genuanceerd. Heeft de benadeelde niet de kennis of het inzicht om de deugdelijkheid van een door de aansprakelijke persoon geleverde prestatie te beoordelen, dan gaat de verjaringstermijn nog niet lopen. De benadeelde kan dan namelijk nog niet weten of de schade is ontstaan door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon.

Medisch handelen en fiscaal of juridisch advies

Onder andere bij medische handelingen of bij fiscaal of juridisch advies kan het voorkomen dat de benadeelde niet snel het juiste inzicht heeft dat de schade het gevolg is van een ondeugdelijke prestatie van de medicus of adviseur. Zolang de benadeelde (nog) geen reden had om te twijfelen aan de deugdelijkheid van de prestatie of het gegeven advies zal de vordering tot schadevergoeding niet kunnen verjaren.

Vermogensadvies en rentederivaten

Dit kan ook spelen bij vermogensadvies, waarbij het de vraag is of adviseur (of bank) zorgvuldig heeft gehandeld. Denk bijvoorbeeld bij renteswaps die zijn afgesloten op advies van de bank.

Deze nuancering is terecht en ligt ook voor de hand. In relaties waarbij de benadeelde mag vertrouwen op de deskundigheid van zijn wederpartij, mag hij er immers van uitgaan dat de wederpartij zijn werk naar behoren heeft gedaan. De Hoge Raad had dat al in 2013 uitgemaakt. Toen ging het over het moment waarop de klachtplicht van artikel 6:89 BW begint te lopen en niet specifiek over het aanvangsmoment van de verjaringstermijn. Nu heeft de Hoge Raad dat ook voor de verjaring expliciet bevestigd.

Goed nieuws dus

Want rechters oordeelden nog te vaak dat de verjaringstermijn al was gaan lopen, zonder dat de benadeelde op dat moment hoefde te weten of te vermoeden dat de adviseur (of bank) zijn zorgplicht had geschonden. Vanaf nu is dat verleden tijd.

12 oktober 2020, Rik Harmsen

 

Aanmelden voor nieuwsbrief

Aanmelden

© Regulus Advocatuur