Regulus Advocatuur Regulus Advocatuur
  • Home
  • Ondernemingsrecht
  • Financieel recht
  • Kennis
    • Blog
    • Whitepapers
  • Over ons
    • Rik Harmsen
    • Ellis Samsom
    • Netwerkpartners
    • Corporate secretary
  • Contact
Bestuursconflict in de Stichting

Bestuursconflict in de Stichting

Rik Harmsen Ondernemingsrecht-Blog 20 februari 2026

De patstelling in het bestuur

Stel: het bestuur van uw stichting is verdeeld in twee kampen. Elk kamp heeft een andere visie op de toekomst van de organisatie. Overleg leidt nergens toe. De vergaderingen lopen steeds vaster. En dan grijpt iemand naar het zwaarste middel: bestuurders ontslaan.

Precies dit overkwam Stichting Bospop, de organisatie achter het bekende festival in Weert. Twee groepen bestuurders besloten over en weer elkaars leden te ontslaan. Het resulteerde in een rechtszaak die uiteindelijk door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch werd beslecht. De uitkomst levert waardevolle lessen op voor iedereen die als bestuurder verantwoordelijk is voor een stichting.

Groei, modernisering en onenigheid bij Bospop

Stichting Bospop organiseert al sinds 1986 het gelijknamige festival. Door de groei van het festival ontstond de vraag: hoe moderniseren we de bestuursstructuur? Hierover botsten twee visies.

Vier bestuurders wilden het zevenkoppige bestuur inkrimpen naar drie of vier leden, met meer slagkracht als doel (een zogeheten one-tier model). De andere drie bestuurders wilden het bestaande bestuur handhaven, maar aanvullen met een Raad van Toezicht die toezicht houdt op het bestuur (een two-tier model). Dit is een veelgebruikte governancestructuur bij grotere stichtingen en goede doelen.

Tijdens de bestuursvergadering van 13 januari 2021 stemde de meerderheid voor het one-tier model. De drie andere bestuurders stemden tegen of onthielden zich. Daarmee was de vertrouwensbreuk een feit.

De vergadering die uiteenviel in twee kampen

Op 13 maart 2021 kwamen beide groepen bijeen voor een formele bestuursvergadering in een muziekcentrum. De drie dissidente bestuurders kwamen niet alleen, zij brachten externe adviseurs mee, waaronder een advocaat.

De vier andere bestuurders weigerden de externe adviseurs toe te laten tot de interne beraadslaging. Toen de drie bestuurders weigerden hun adviseurs weg te sturen, verplaatsten de vier bestuurders de vergadering fysiek naar een andere zaal, binnen hetzelfde gebouw.

Wat volgde was een bijzondere situatie: in de nieuwe zaal nam de meerderheid het besluit om de drie dissidente bestuurders te ontslaan. Tegelijkertijd namen de drie bestuurders in de oorspronkelijke zaal het besluit om de vier anderen te ontslaan.

Twee ontslagbesluiten. Eén stichting. En geen van beide groepen bereid toe te geven.

Wat zeiden de rechters?

De rechtbank keek in eerste instantie vooral naar de vraag waarom het ontslag werd uitgesproken. Zij vond dat het ontslag van de drie bestuurders door de meerderheid in strijd was met de redelijkheid en billijkheid, simpel gezegd: het was geen eerlijk middel, maar een manier om de minderheid te overrulen bij een meningsverschil over de koers.

Het Gerechtshof oordeelde echter anders. Het hof keek niet zozeer naar de motieven achter het ontslag, maar naar de vraag of de procedure correct was gevolgd en of de statuten het ontslag toestonden. En dat was het geval: de vergadering was rechtsgeldig bijeengeroepen, de statuten stonden collectief ontslag toe, en er was geen sprake van misbruik van bevoegdheid. Het ontslag van de drie bestuurders werd dan ook in stand gelaten.

Het hof voegde daar iets belangrijks aan toe: dat de drie bestuurders weigerden mee te verhuizen naar de andere zaal, omdat zij hun adviseurs niet mee mochten nemen, was hun eigen keuze. Die keuze had juridische gevolgen, die volledig voor hun eigen rekening kwamen.

Waarom het ontslag door de minderheid geen stand hield

Het besluit van de drie bestuurders om de vier anderen te ontslaan, werd door zowel de rechtbank als het hof ongeldig verklaard. Dit om twee redenen:

  • Het ontslag stond niet op de agenda. Een ontslagbesluit is zo ingrijpend dat het vooraf expliciet op de uitnodiging voor de vergadering moet staan. Dat was bij de vergadering van 13 maart niet het geval voor het ontslag van de vier bestuurders, alleen het ontslag van de drie bestuurders stond geagendeerd.
  • De drie bestuurders hadden de officiële vergadering verlaten. Door te weigeren mee te gaan naar de nieuwe zaal, onttrokken zij zich aan de formele vergadering. Wat zij daarna in de oorspronkelijke ruimte deden, telde juridisch niet meer als een rechtsgeldig bestuursvergadering. Hun ontslagbesluit had daardoor geen rechtskracht.

Vier lessen voor bestuurders

De Bospop-casus is geen juridische curiositeit, het is een waarschuwing. Vier lessen die u als bestuurder kunt meenemen:

1. Zet ontslag altijd expliciet op de agenda

Een ontslagbesluit is pas geldig als het van tevoren op de agenda staat van de oproep voor de vergadering. Staat het er niet op, dan heeft het besluit geen juridische waarde, hoe groot de meerderheid ook is.

2. Een advocaat meenemen is een recht, maar niet tijdens de vergadering zelf

Bestuurders mogen zich juridisch laten adviseren. Maar dat recht betekent niet dat een externe advocaat automatisch aanwezig mag zijn bij de interne beraadslaging van het bestuur. De meerderheid kan dat weigeren. Weigert u toch te vergaderen zonder uw adviseur, dan is dat uw eigen keuze, en uw eigen risico.

3. Wegblijven is fataal

Als de meerderheid de vergadering verplaatst, zelfs naar een andere zaal in hetzelfde gebouw, en u weigert mee te gaan, verliest u uw stem. En uw recht om gehoord te worden. Wat u daarna doet in de verlaten zaal, telt juridisch niet meer mee.

4. Slagvaardigheid mag zwaarder wegen dan harmonie

Zodra een meerderheid een koers heeft bepaald en een minderheid die koers actief blijft blokkeren, kan dat worden gezien als een onherstelbare vertrouwensbreuk. In dat geval is ontslag een legitiem middel om de organisatie weer bestuurbaar te maken. Voorwaarde is wel dat het besluit procedureel correct is genomen en dat er geen sprake is van machtsmisbruik.

Procedure is geen formaliteit

Conflicten in het bestuur zijn menselijk. Maar de manier waarop u ze aanpakt, procedureel correct, transparant en met oog voor de statuten, bepaalt uiteindelijk of uw beslissingen standhouden. De Bospop-uitspraak laat zien dat het formele kader er wel degelijk toe doet, ook als de verhoudingen al volledig zijn verstoord.

valkuilen bij ontslag statutair bestuurder

Statutair bestuurder ontslaan? Twee recente uitspraken laten zien hoe het fout kan gaan

Rik Harmsen Ondernemingsrecht-Blog 23 januari 2026

Een statutair bestuurder ontslaan kan u honderduizenden euro's kosten wanneer u dit verkeerd aanpakt. Twee recente rechtbankuitspraken laten zien waar het precies misgaat. De complexiteit schuilt in de dubbele rechtsverhouding: de bestuurder is via het vennootschapsrecht (als orgaan van de vennootschap) als vaak ook via het arbeidsrecht (als werknemer) verbonden aan het bedrijf. Een fout in de ene procedure kan ernstige gevolgen hebben voor de andere. In dit artikel analyseer ik deze zaken en geef ik drie concrete tips voor wanneer u deze stap overweegt.

Valkuil 1: Wisselende ontslagreden (Rechtbank Midden-Nederland, 12 december 2025)

De feiten: van disfunctioneren naar bedrijfseconomisch ontslag

In deze zaak was een bestuurder al meer dan 30 jaar in dienst bij X BV. De aandeelhouder riep een aandeelhoudersvergadering bijeen met als doel de bestuurder te ontslaan. De opgegeven reden was dat het bedrijf al drie jaar verlieslatend was en de aandeelhouder er geen vertrouwen meer in had dat de bestuurder het tij kon keren. Na het vennootschapsrechtelijke ontslagbesluit stelde de werkgever in de daaropvolgende juridische procedure plotseling dat de ontslagreden bedrijfseconomisch van aard was: de functie van de bestuurder zou zijn komen te vervallen.

Het oordeel: een geconstrueerde reden is 'ernstig verwijtbaar'

De rechtbank oordeelde dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst onterecht was en kende de bestuurder een forse vergoeding van € 222.000 bruto toe, gelijk aan ongeveer twee jaarsalarissen plus pensioenschade. De rechtbank baseerde haar oordeel op de volgende overwegingen:

  • Wisselende en onvoldragen ontslaggronden: De rechtbank stelde vast dat de werkgever 'shopte' naar een ontslaggrond. De initiële reden impliceerde disfunctioneren (de d-grond), terwijl in de procedure plotseling een bedrijfseconomische reden (de a-grond) werd opgevoerd. Beide gronden waren onvoldoende onderbouwd. Ook de suggestie dat er sprake was van een 'verschil van inzicht' (de h-grond) werd door de rechtbank van tafel geveegd.
  • Ex-tunc toetsing: De rechter beoordeelt de situatie zoals die was op het moment van het ontslag. Een werkgever kan de ontslaggrond niet achteraf wijzigen, omdat de bestuurder voorafgaand aan de aandeelhoudersvergadering exact moet weten waartegen hij zich moet verweren om zijn hoor- en adviesrecht correct te kunnen uitoefenen.
  • Geconstrueerde reden zonder onderbouwing: De rechtbank concludeerde dat de bedrijfseconomische reden achteraf was 'geconstrueerd'. Dit bleek overduidelijk uit het feit dat objectieve onderbouwing, zoals een reorganisatieplan of notulen, volledig ontbrak. De ware reden was de wens van de aandeelhouder om een nieuwe bestuurder aan te stellen, wat op zichzelf geen geldige ontslaggrond is.

De consequentie

Dit handelen werd door de rechtbank als "ernstig verwijtbaar" bestempeld, met alle financiële gevolgen van dien.

Valkuil 2: Schending van hoor- en adviesrecht (Rechtbank Midden-Nederland, 27 november 2025)

De feiten: een ontslagbesluit dat al vaststond

In de tweede zaak was al afgesproken dat de bestuurder per 1 januari 2026 zou vertrekken. Eind april 2025 informeerde zij de vennootschap dat haar nieuwe functie als bestuursvoorzitter bij een ander bedrijf per 1 mei publiekelijk bekendgemaakt zou worden. De vennootschap vond dit onacceptabel, stelde haar per direct op non-actief en riep een aandeelhoudersvergadering bijeen met haar voorgenomen ontslag op de agenda. In de e-mail waarin dit werd aangekondigd, stond al vermeld dat haar positie "per direct onhoudbaar" was geworden en de arbeidsovereenkomst zou eindigen. Deze formulering werd cruciaal, omdat het de rechtbank ervan overtuigde dat het besluit feitelijk al was genomen, nog voordat de bestuurder formeel gehoord was.

Het oordeel: ontslagbesluit vernietigd, arbeidsovereenkomst blijft bestaan

De rechtbank vernietigde het ontslagbesluit op basis van een heldere redenering:

  • Schending van fundamentele rechten: De rechtbank stelde vast dat het besluit in strijd was met de wet en de redelijkheid en billijkheid. Uit de communicatie bleek onmiskenbaar dat het ontslag al vaststond vóór de vergadering. Dit vormt een directe inbreuk op het wettelijke adviesrecht (art. 2:227 lid 7 BW) en het hoorrecht van de bestuurder. Het besluit was daarmee vernietigbaar op grond van artikel 2:15 BW.
  • De consequentie (vennootschapsrechtelijk): Vanwege deze procedurele fout vernietigde de rechtbank het vennootschapsrechtelijke ontslagbesluit. De bestuurder bleef dus formeel bestuurder van de vennootschap.
  • De consequentie (arbeidsrechtelijk): Omdat het vennootschapsrechtelijke ontslagbesluit is vernietigd, had de daaropvolgende opzegging van de arbeidsovereenkomst geen effect. De arbeidsovereenkomst bleef dus bestaan en de bestuurder had recht op doorbetaling van haar volledige loon.
  • Bonus afgewezen: Als nuance wees de rechter de vordering van de bestuurder voor een bonus wel af. De vennootschap mocht oordelen dat de bestuurder het vertrouwen had geschaad en in strijd met de belangen van de vennootschap had gehandeld, wat een geldige reden was om de discretionaire bonus niet toe te kennen.

Drie tips om kostbare fouten te voorkomen

Deze twee uitspraken bieden drie cruciale lessen voor iedere ondernemer of aandeelhouder die het ontslag van een statutair bestuurder overweegt.

1. Zorg voor een deugdelijke en consistente ontslaggrond

Zoals de eerste zaak pijnlijk aantoont, is het 'construeren' van een ontslagreden funest. De reden voor het ontslag moet vanaf het begin helder, feitelijk correct en goed gedocumenteerd zijn. Zorg ervoor dat de reden die u in de oproeping voor de aandeelhoudersvergadering noemt, dezelfde is als de reden die u later, indien nodig, in een juridische procedure aanvoert.

Leg alles vast: reorganisatieplannen, notulen van gesprekken over disfunctioneren, correspondentie, financiële cijfers. Documenteer vanaf dag één. Een wisselende of onvoldoende onderbouwde ontslaggrond wordt door rechters genadeloos afgestraft.

2. Respecteer altijd het hoor- en adviesrecht

De tweede zaak benadrukt dat de aandeelhoudersvergadering geen formaliteit is. Het besluit mag niet al op voorhand vaststaan. De bestuurder moet een reële kans krijgen om zijn of haar visie te geven en advies uit te brengen voordat de aandeelhouders een onherroepelijk besluit nemen.

Communiceer zorgvuldig: vermijd formuleringen die suggereren dat de beslissing al is gevallen. Woorden als "per direct onhoudbaar" of "zal worden beëindigd" zijn rode vlaggen voor rechters.

3. Wees bewust van de koppeling tussen vennootschapsrecht en arbeidsrecht

Deze twee zaken illustreren perfect hoe de twee rechtsgebieden met elkaar verweven zijn. Een procedurele fout in het vennootschapsrechtelijke traject, zoals het negeren van het hoor- en adviesrecht (zaak 2), maakt de beëindiging van de arbeidsovereenkomst ongeldig, met loondoorbetaling als gevolg. Andersom kan een vennootschapsrechtelijk geldig ontslag alsnog leiden tot zeer hoge financiële vergoedingen (zaak 1) als de arbeidsrechtelijke ontslaggrond ondeugdelijk is.

Beide sporen moeten kloppen: u kunt niet volstaan met alleen een vennootschapsrechtelijk correct proces of alleen een arbeidsrechtelijk deugdelijke ontslaggrond. Beide moeten tegelijk op orde zijn.

Conclusie

Het ontslaan van een statutair bestuurder is een procedure die een zorgvuldige, juridisch correcte aanpak vereist. De financiële en juridische consequenties van een fout zijn groot, zoals een vernietigd ontslagbesluit of een torenhoge billijke vergoeding van tonnen euro's.

Overweegt u een statutair bestuurder te ontslaan? Ik denk graag met u mee over de juridisch juiste aanpak. Een goed voorbereid traject bespaart u een kostbare en langdurige procedure.

Neem gerust vrijblijvend contact met mij op.

 

aandeelhouder de mond gesnoerd

Te vroeg vergaderd, te laat geklaagd. Wanneer de AvA niet volgens de regels verloopt....

Rik Harmsen Ondernemingsrecht-Blog 30 juni 2025
  • Aandeelhoudersveradering
  • Vernietiging besluit
  • Besluitvorming

In veel BV’s, zeker binnen het MKB, is één aandeelhouder dominant. Toch mogen minderheidsaandeelhouders of andere vergadergerechtigden niet zomaar buiten spel worden gezet. De wet waarborgt dat iedereen die mag meepraten of meestemmen binnen de algemene vergadering ook daadwerkelijk die kans krijgt. In deze blog leest u aan de hand van een recente uitspraak van de Hoge Raad waarom het zorgvuldig organiseren van een aandeelhoudersvergadering essentieel is — en welke juridische gevolgen het kan hebben als dat niet gebeurt.

De rol van de aandeelhouders binnen de BV

Binnen BV’s oefenen de gezamenlijke aandeelhouders de hoogste macht uit. Zij nemen besluiten over de belangrijkste zaken binnen een vennootschap in de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA of algemene vergadering). Voorbeelden hiervan zijn besluiten tot ontbinding van de vennootschap, wijziging van de statuten, veranderingen in het aandelenkapitaal, vaststelling van de jaarrekening, (dividend-)uitkeringen en – last but not least – de benoeming en ontslag van bestuurders. Het gaat om onderwerpen die het fundament van de vennootschap aangaan; de kaders waarbinnen het bestuur opereert.

Stemverhouding en invloed van minderheidsaandeelhouders

Over de in de AvA te nemen besluiten moeten de aandeelhouders samen beraadslagen, waarna zij tot besluitvorming overgaan. Die besluitvorming geschiedt op basis van het aantal stemmen dat iedere aandeelhouder mag uitbrengen. Meestal is dat gelijk aan het aantal aandelen dat een aandeelhouder bezit.

Wie met maar één aandeel (en dus één stem) deelneemt in een vennootschap, waarin de andere aandeelhouders(s) een veelvoud daarvan bezit(ten), heeft doorgaans niet veel in de melk te brokkelen. Maar dat betekent niet dat zijn mening er niet toe doet. Hij kan immers de andere aandeelhouder(s) proberen te overtuigen om een besluit te nemen dat overeenkomt met zijn visie. Maar dan moet hij wel de gelegenheid krijgen om zijn standpunt naar voren te brengen en te verdedigen.

De vergadering als platform voor overleg én besluitvorming

Ook voor dat onderling overleg is de algemene vergadering het in de wet aangewezen podium. Met andere woorden, aandeelhouders komen niet alleen in vergadering bijeen om een besluit te nemen, maar ook om met elkaar van gedachten te wisselen over het voorstel. Daarom is het belangrijk dat alle aandeelhouders de gelegenheid krijgen deel te nemen aan de vergadering, ook als op basis van de stemverhouding vooraf voorspeld zou kunnen worden hoe de stemming zal uitpakken. Dit geldt overigens ook voor aandeelhouders die geen stemrecht hebben of andere vergadergerechtigden zoals certificaathouders.

Wettelijke eisen voor een geldige vergadering

De wet kent diverse voorschriften voor het bijeenroepen en houden van een algemene vergadering die moeten waarborgen dat aandeelhouders de gelegenheid hebben om aanwezig te zijn en hun zegje te doen. Wilt u hier meer over weten, vraag dan ons gratis white paper hierover aan, of lees deze blog.

Wat als niet iedereen de kans kreeg om aanwezig te zijn?

Maar wat als er geen gelegenheid is geboden om aanwezig te zijn? Een bijzonder geval betrof de zaak waarin de Hoge Raad op 20 juni 2025 uitspraak deed.

Casus: een te vroege vergadering, uitgesloten aandeelhouders

Er is een BV met 4 aandeelhouders. Drie van hen hebben ieder maar één aandeel. Alle overige 506 aandelen zijn in handen van de andere aandeelhouder, die tevens bestuurder van de vennootschap is. Deze aandeelhouder-bestuurder wilde de statuten veranderen en riep een AvA bijeen om daarover te besluiten. Hoewel gelet op de stemverhouding het niet aannemelijk leek dat een besluit tot wijziging van de statuten voorkomen kon worden, besloten twee van de drie minderheidsaandeelhouders toch naar de vergadering te komen.

Aangekomen op het bewuste adres op het tijdstip waarop de vergadering zou aanvangen, kregen de twee minderheidsaandeelhouders te horen dat de vergadering al achter de rug was. Kennelijk was de grootaandeelhouder te vroeg met de vergadering begonnen. Het gevolg was dat de visie van de beide minderheidsaandeelhouders niet werd meegewogen in de besluitvorming en dat de algemene vergadering het besluit tot wijziging van de statuten aannam.

Juridische beoordeling: nietig of vernietigbaar besluit?

De wet maakt een onderscheid tussen nietige besluiten (die van rechtswege nietig zijn en dus ongeldig) en vernietigbare besluiten (die door de rechter vernietigd kunnen worden).

Bij de rechter betoogden de minderheidsaandeelhouders dat het besluit tot wijziging van de statuten nietig is. Het besluit leed volgens hen aan een fundamenteel totstandkomingsgebrek. De wettelijke en statutaire voorschriften waren niet in acht genomen. Maar de rechter gaf hen hierin geen gelijk. Het besluit werd niet nietig geacht. Wel oordeelde de rechter dat het besluit vernietigbaar is, omdat – als de vergadering (zonder instemming van alle vergadergerechtigden) te vroeg was begonnen – de wettelijke en statutaire bepalingen voor het tot stand komen van besluiten niet in acht waren genomen.

De Hoge Raad benadrukt in deze uitspraak nogmaals dat alle personen die vergader- of stemrecht hebben en alle personen die een raadgevende stem hebben (bestuurders en commissarissen) in de gelegenheid gesteld moeten worden die rechten uit te oefenen.

Waarom het verschil tussen nietig en vernietigbaar er wel degelijk toe doet

U vraagt zich nu ongetwijfeld af, wat maakt het eigenlijk uit of het besluit van rechtswege nietig was of dat het door de rechter kan worden vernietigd? Het resultaat is hetzelfde, omdat in beide gevallen het besluit geacht wordt nooit te hebben bestaan.

In dit geval maakte het wel degelijk een groot verschil of het besluit nietig was of vernietigbaar. Want de vernietiging van een vernietigbaar besluit moet wordt uitgesproken door de rechter en de vordering daarvoor moet worden ingesteld binnen één jaar nadat aan het besluit voldoende bekendheid is gegeven, dan wel nadat degene die de vernietiging vordert kennis heeft genomen van het besluit, of daarvan is verwittigd. In deze zaak was die termijn verstreken, waardoor vernietiging door de rechter niet meer mogelijk was.

tip

 Welke lessen kunt u uit deze zaak trekken?

 

  • Niet naleving van de wettelijke en statutaire voorschriften voor het organiseren en houden van een algemene vergadering kan leiden tot nietigheid (in geval van een fundamenteel totstandkomingsgebrek) of vernietigbaarheid.
  • Ook als vooraf de uitslag van de stemming lijkt vast te staan moeten alle aandeelhouders, andere vergadergerechtigden, bestuurders en commissarissen in de vergadering hun zegje kunnen doen. 
  • Nietigheid werkt van rechtswege; vernietiging moet worden uitgesproken door de rechter.
  • Als de algemene vergadering te vroeg is gestart levert dat geen nietigheid op van de genomen besluiten; die besluiten zijn hooguit vernietigbaar.
  • De vordering tot vernietiging moet aanhangig gemaakt worden binnen één jaar nadat hetzij aan het besluit voldoende bekendheid is gegeven, hetzij degene die de vernietiging vordert kennis heeft genomen van het besluit, of daarvan is verwittigd.
Besluit of beslissing: een cruciaal juridisch verschil binnen de rechtspersoon

Besluit of beslissing: een cruciaal juridisch verschil binnen de rechtspersoon

Rik Harmsen Ondernemingsrecht-Blog 09 januari 2026

In rechtspersonen (zoals verenigingen, stichtingen en B.V.'s) worden de termen 'besluit' en 'beslissing' vaak door elkaar gebruikt. Maar juridisch gezien is er een belangrijk verschil. Voor bestuurders, aandeelhouders en leden is het essentieel om dit onderscheid te begrijpen, omdat de wet (Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek) alleen bij officiële besluiten bepaalde juridische mogelijkheden biedt om in actie te komen. Aan de hand van enkele recente rechtszaken leg ik het verschil uit.

Wat is een besluit?

Een besluit is een juridisch begrip met concrete gevolgen. Het gaat om een officiële handeling van een orgaan (zoals de algemene vergadering of het bestuur) die specifiek bedoeld is om rechten en plichten te laten ontstaan, te veranderen of te laten vervallen binnen de rechtspersoon.

Voorbeelden van besluiten zijn:

  • De benoeming of het ontslag van een bestuurder
  • De vaststelling van de jaarrekening
  • Een besluit tot statutenwijziging of ontbinding van de rechtspersoon

Wat is een beslissing?

Een beslissing is een breed begrip dat eigenlijk elke keuze of handeling van een bestuur of orgaan omvat. Het maakt daarbij niet uit of die keuze juridische gevolgen heeft of niet. Je kunt het zo zien: elk besluit is een beslissing, maar niet elke beslissing is een besluit.

Voorbeelden van 'gewone' beslissingen (dus géén besluiten) zijn:

  • De keuze om een bepaald onderwerp op de agenda te zetten
  • Het vragen van advies aan een externe deskundige
  • Het tijdelijk onderbreken van een vergadering

Praktijkvoorbeelden uit rechtszaken

De rechtbank Rotterdam oordeelde dat een VvE die weigerde toestemming te geven voor een kattenren op een balkon geen besluit nam. Waarom niet? Omdat er niets veranderde in de onderlinge rechten en plichten tussen de VvE en de eigenaar.

De rechtbank Gelderland deed een interessante uitspraak over een B.V. die een huurcontract op de ene locatie stopzette en een nieuw contract op een andere plek afsloot. De rechtbank vond dit geen besluit. Maar datzelfde bestuur maakte ook een jaarrekening op - en dát vond de rechtbank wél een besluit. Het verschil? Het opmaken van een jaarrekening is een wettelijke en statutaire verplichting van het bestuur.

Kort gezegd: Een beslissing wordt pas een besluit als het een officiële, verplichte taak van het bestuur betreft of als het de onderlinge rechten en plichten daadwerkelijk verandert.

Waarom is dit onderscheid zo belangrijk?

Het juridische belang van dit onderscheid is groot: de wettelijke regels over nietigheid (artikel 2:14 BW) en vernietigbaarheid (artikel 2:15 BW) gelden uitsluitend voor besluiten. Voor 'gewone' beslissingen gelden deze regels niet.

1. Nietigheid (artikel 2:14 BW)

Een besluit is nietig - dus van rechtswege ongeldig - als het in strijd is met een fundamentele wettelijke regel of de statuten. Zo'n besluit wordt geacht nooit te hebben bestaan. Iedereen die er belang bij heeft, kan zich erop beroepen dat het besluit nietig is.

2. Vernietigbaarheid (artikel 2:15 BW)

Dit betreft besluiten die in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid, of met wettelijke regels over hoe een besluit tot stand moet komen (zoals vergaderregels). Een vernietigbaar besluit blijft in eerste instantie geldig, totdat een rechter het vernietigt.

Let op: je hebt maar één jaar de tijd om naar de rechter te stappen! Deze termijn begint zodra je van het besluit op de hoogte raakt, of zodra het besluit voldoende bekend is gemaakt.

De Hoge Raad heeft verduidelijkt dat zelfs bij ernstige fouten - zoals een vergadering die te vroeg begint - er sprake is van vernietigbaarheid en niet automatisch van nietigheid.

Hoe vecht je een 'gewone beslissing' aan?

Omdat een gewone beslissing geen besluit is, kun je deze niet aanvechten via de artikelen 2:14 of 2:15 BW. Je moet dan andere juridische wegen bewandelen, zoals:

  • Een vordering op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) om bijvoorbeeld schadevergoeding te eisen
  • Een beroep op de redelijkheid en billijkheid (artikel 2:8 BW) om een verbod of andere maatregel te vragen

De praktijk: de rechter kijkt naar de werkelijkheid

Soms noemt een bestuur een handeling bewust een "interne beslissing" om juridische stappen te bemoeilijken. De rechter trapt daar niet zomaar in. Hij kijkt naar de werkelijke situatie: als de handeling de rechtspersoon bindt of de rechtspositie van leden raakt, kan het in de praktijk alsnog als een besluit worden aangemerkt.

Conclusie

Voordat je een juridische procedure start, is het essentieel om eerst vast te stellen of er sprake is van een besluit of een beslissing. Dit bepaalt namelijk welke juridische route je kunt bewandelen: de weg van nietigheid of vernietiging, of een andere rechtsvordering zoals hierboven beschreven.

Vragen over dit onderwerp?

Het onderscheid tussen een besluit en een beslissing kan in de praktijk lastig zijn en heeft grote juridische gevolgen. Twijfel je over jouw situatie of overweeg je juridische stappen? Neem gerust contact met mij op voor advies op maat.

 

Wanneer u tóch aan een contract vastzit — zonder dat u het wist

Wanneer u tóch aan een contract vastzit — zonder dat u het wist

Rik Harmsen Ondernemingsrecht-Blog 24 juni 2025
  • volmacht
  • vertegenwoordigingsbevoegd
  • toerekening

Wat als iemand namens u een overeenkomst sluit… zonder dat u daar echt toestemming voor hebt gegeven? In sommige gevallen kunt u toch gebonden zijn aan die afspraak. Zelfs zónder volmacht. Hoe dat kan? Door de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Wat dat precies inhoudt en wanneer het u kan raken, leest u hieronder.

In deze blog wil ik een uitspraak van de Hoge Raad bespreken van 6 juni 2025, die gaat over de vraag of een bedrijf toch gebonden is aan de opdracht, ook als de vertegenwoordiger die namens het bedrijf handelde geen volmacht had?

Voor de praktijk is dit een interessante vraag omdat hierover vaak onduidelijke situaties ontstaan, met alle vervelende gevolgen van dien. Wie begrijpt hoe dit werkt, kan deze nare situaties voorkomen. Daarom is deze uitleg hopelijk interessant voor u.

Laat ik beginnen met een korte uitleg over vertegenwoordiging.

Vertegenwoordiging

Bedrijven (vaak rechtspersonen) sluiten nooit zelf overeenkomsten. Zij hebben altijd een mens van vlees en bloed (een natuurlijk persoon) nodig die namens hen overeenkomsten aangaat.

Rechtspersonen worden bij het sluiten van overeenkomsten vertegenwoordigd door hun bestuurders. Zo’n bestuurder kan een natuurlijk persoon zijn of ook weer een rechtspersoon. In dat laatste geval heeft die bestuurder-rechtspersoon ook weer een of meer bestuurders en ook dat kunnen natuurlijke personen en rechtspersonen zijn. Hoe lang de keten van bestuurder-rechtspersonen ook is, uiteindelijk kom je toch een keer uit bij een natuurlijk persoon. Zodoende is er altijd een natuurlijk persoon als direct of indirect bestuurder betrokken bij het aangaan van rechtshandelingen namens een rechtspersoon.

In de praktijk worden lang niet alle overeenkomsten door de bestuurders zelf gesloten. Vaak zijn er andere natuurlijke personen, bijvoorbeeld de bedrijfsleider of een manager, die namens een bedrijf overeenkomsten aangaan. Zo’n persoon treedt dan op als vertegenwoordiger. De vertegenwoordiger sluit namens het bedrijf de overeenkomst, en het bedrijf wordt dan partij bij die overeenkomst. De vertegenwoordiger wordt zelf geen partij. Zijn rol is uitgespeeld zodra de overeenkomst is gesloten. De bedrijfsleider of manager (of andere vertegenwoordiger) moet daarvoor wel een volmacht hebben. Volmachten kunnen mondeling of schriftelijk verleend worden. Ter vermijding van misverstanden en onduidelijkheid hebben schriftelijke volmachten de voorkeur.

Volmacht

Zolang de vertegenwoordiger zich aan zijn volmacht houdt, is er niets aan de hand. Er komt dan een overeenkomst tot stand tussen het bedrijf (de vertegenwoordigde) en de andere partij (de wederpartij). Problemen kunnen wel ontstaan als de volmacht in het geheel ontbreekt, of als die volmacht niet toereikend is voor de afgesloten overeenkomst. Bijvoorbeeld als een HR-manager, wiens volmacht alleen het afsluiten van arbeidscontracten omvat, een bestelling plaatst voor software; of een inkoper die volgens zijn volmacht zelfstandig mag beslissen over aankopen tot € 100.000 terwijl hij een aankoop doet voor een hoger bedrag.

Als de vertegenwoordiger onbevoegd was, is de hoofdregel dat het bedrijf (de vertegenwoordigde) niet gebonden is aan de door de vertegenwoordiger gesloten overeenkomst. Dat klinkt natuurlijk logisch, want iedereen kan zich wel voordoen als vertegenwoordiger van uw bedrijf en allerhande contracten sluiten namens u. Als de persoon die de overeenkomst afsloot daartoe niet bevoegd was, bent u niet aan de overeenkomst gebonden. Leidt de wederpartij daardoor schade, bijvoorbeeld doordat die allerlei uitvoeringshandelingen heeft verricht die nu niet vergoed worden, dan kan de wederpartij de schade in beginsel verhalen op de (onbevoegde) vertegenwoordiger. Wie zegt vertegenwoordiger te zijn, moet namelijk instaan voor het bestaan van de volmacht.

Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid

In de praktijk ligt het vaak wat minder duidelijk. Dat was ook het geval in deze zaak waarover de Hoge Raad uitspraak deed. De vraag was of de partij aan wie via een vertegenwoordiger een opdracht was verstrekt erop mocht vertrouwen dat voor het verstrekken van die opdracht een volmacht was verleend.

Het ging in die zaak om het volgende (waarbij ik de casus wat heb vereenvoudigd en enkele namen aangepast zijn).

Casus: korte beschrijving

Jansen werkt als zzp-er regelmatig voor Jansen en Pietersen B.V., die ik verder JP B.V. zal noemen. Jansen heeft geen aandelen in JP B.V. Namens JP B.V. geeft Jansen een bemiddelingsopdracht aan CNB (Coöperatieve Nederlandse Bloembollencentrale) voor het verkopen van een sub-licentie voor de teelt van een bepaald soort lelie. Via bemiddeling van CNB komt er een overeenkomst tot stand  tussen JP B.V. en een koper. Achteraf zegt JP B.V. dat Jansen geen volmacht had voor het verstrekken van de bemiddelingsopdracht aan CNB en dat de met de koper gesloten overeenkomst voor haar ongunstig was. JP B.V. stelt CNB aansprakelijk voor schade. CNB verweert zich met de stelling dat zij erop mocht vertrouwen dat Jansen wel bevoegd was.

Op de hierboven al genoemde hoofdregel dat zonder (toereikende) volmacht geen overeenkomst tot stand komt, bestaat namelijk een uitzondering als er sprake is van opwekte schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Die uitzondering houdt in dat het bedrijf (de vertegenwoordigde) zich niet kan beroepen op het ontbreken van een volmacht als aan alle volgende drie voorwaarden wordt voldaan:

  1. de wederpartij vertrouwde erop dat er een (toereikende) volmacht bestond,
  2. dit vertrouwen van de wederpartij was onder de omstandigheden van het geval redelijk en verantwoord,
  3. het ontstaan van dat vertrouwen kan aan de vertegenwoordigde (het bedrijf) worden toegerekend.

Toerekening aan het bedrijf / de vertegenwoordigde

De laatstgenoemde voorwaarde houdt in dat het bedrijf (de vertegenwoordigde) verantwoordelijk kan worden gehouden voor het ontstaan van het vertrouwen bij de wederpartij dat de vertegenwoordiger bevoegd was. Het ontstaan van dit vertrouwen wordt aan het bedrijf (de vertegenwoordigde) toegerekend.

Die toerekening kan enerzijds het gevolg zijn van een verklaring of gedraging van de vertegenwoordigde, kortom een ‘toedoen’ van het bedrijf (de vertegenwoordigde). Dit is uitgewerkt in artikel 3:61 lid 2 BW.

Anderzijds kan die toerekening ook worden gebaseerd op andere feiten en omstandigheden dan een verklaring of gedraging als die voor risico komen van het bedrijf (de vertegenwoordigde). In dat geval moet het redelijk en verantwoord zijn dat daardoor bij de wederpartij de indruk is ontstaan dat de vertegenwoordiger bevoegd was. Deze vorm van toerekening volgt uit jurisprudentie van de Hoge Raad die is gebaseerd op een ruime uitleg van de wet.

Casus: het oordeel van de rechter

Het verweer van CNB kwam erop neer dat er sprake was van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Zowel de rechtbank als het hof en de Hoge Raad gaven CNB hierin gelijk. Hiervoor was bepalend dat Jansen vaker namens JP B.V. bemiddelingsopdrachten aan CNB had verstrekt en dat JP B.V. nooit aan CNB had medegedeeld dat Jansen niet bevoegd was of dat zijn volmacht beperkt was. Een van belang zijnde bijzonderheid was ook nog dat de naam van Jansen voorkwam in de bedrijfsnaam van JP B.V. Het was onder deze omstandigheden logisch dat CNB erop had vertrouwd dat Jansen bevoegd was om de bemiddelingsopdracht te geven.

Dat JP B.V. niet vooraf aan CNB had medegedeeld dat Jansen geen volmacht had of dat zijn volmacht beperkt was, terwijl bekend was dat hij namens JP B.V. met CNB contact had over de te verstrekken opdracht kan gezien worden als een gedraging van JP B.V. Ook een ‘niet-doen’ is namelijk een gedraging. Daarnaast valt het  feit dat Jansen veelvuldig was opgetreden als vertegenwoordiger bij het verstrekken van andere bemiddelingsopdrachten aan CNB binnen de risicosfeer van JP B.V. Hetzelfde kan gezegd worden over de naamsvermelding van Jansen in de bedrijfsnaam van JP B.V.

Welke lessen kunt u nu hieruit trekken (met name als er grote belangen op het spel staan)?

tip Tips

Voor het bedrijf (de vertegenwoordigde)
  • Laat bij zowel de vertegenwoordiger als uw wederpartij geen onduidelijkheid ontstaan over de vraag wie waarover namens u mag onderhandelen.
  • Leg de bevoegdheden van uw vertegenwoordigers schriftelijk vast.
  • Schrijf uw vertegenwoordigers en de inhoud van hun volmacht in bij het handelsregister.
  • Tolereer geen praktijk waarbij medewerkers zonder toereikende volmacht overeenkomsten aangaan.
Voor de vertegenwoordiger
  • Vraag om een duidelijke volmacht en instructies.
  • Maak de inhoud van de volmacht bekend aan vertegenwoordigers van partijen waarmee wordt onderhandeld.
  • Respecteer de beperkingen van de volmacht en vraag indien nodig om een aanvullende volmacht.
Voor de wederpartij
  • Controleer altijd of de vertegenwoordiger een volmacht heeft.
  • Check de inhoud van de volmacht (staat in het handelsregister geen toereikende volmacht, vraag dan een kopie bij de vertegenwoordigde).
  • Vraag door bij onduidelijkheden of twijfel.
  1. Eerlijkheid duurt het langst: juridische implicaties van oneerlijke bepalingen
  2. Uitspraak Hoge Raad: geen klachtplicht bij interne bestuurdersaansprakelijkheid
  3. Verblind door eigenbelang - aandachtspunten bij belangenverstrengeling
  4. De wedergeboorte van de digitale algemene vergadering

Pagina 1 van 11

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10

Regulus Advocatuur & Conflictmanagement

030 – 693 45 50 / 06 - 296 000 10
info@regulusadvocatuur.nl
www.regulusadvocatuur.nl

Huis ter Heideweg 24A
3705 LZ Zeist
Nederland

BTW nummer NL001518104B72
KvK nummer 30281730

Privacybeleid   |   Algemene voorwaarden   |   Klachtenregeling   |   Disclaimer   |   Waarnemingsregeling   |   Wwft-informatie

Ⓒ 2023 Regulus Advocatuur - Alle rechten voorbehouden   |   Powered by BM-Media

  • Home
  • Ondernemingsrecht
  • Financieel recht
  • Kennis
    • Blog
    • Whitepapers
  • Over ons
    • Rik Harmsen
    • Ellis Samsom
    • Netwerkpartners
    • Corporate secretary
  • Contact