De patstelling in het bestuur
Stel: het bestuur van uw stichting is verdeeld in twee kampen. Elk kamp heeft een andere visie op de toekomst van de organisatie. Overleg leidt nergens toe. De vergaderingen lopen steeds vaster. En dan grijpt iemand naar het zwaarste middel: bestuurders ontslaan.
Precies dit overkwam Stichting Bospop, de organisatie achter het bekende festival in Weert. Twee groepen bestuurders besloten over en weer elkaars leden te ontslaan. Het resulteerde in een rechtszaak die uiteindelijk door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch werd beslecht. De uitkomst levert waardevolle lessen op voor iedereen die als bestuurder verantwoordelijk is voor een stichting.
Groei, modernisering en onenigheid bij Bospop
Stichting Bospop organiseert al sinds 1986 het gelijknamige festival. Door de groei van het festival ontstond de vraag: hoe moderniseren we de bestuursstructuur? Hierover botsten twee visies.
Vier bestuurders wilden het zevenkoppige bestuur inkrimpen naar drie of vier leden, met meer slagkracht als doel (een zogeheten one-tier model). De andere drie bestuurders wilden het bestaande bestuur handhaven, maar aanvullen met een Raad van Toezicht die toezicht houdt op het bestuur (een two-tier model). Dit is een veelgebruikte governancestructuur bij grotere stichtingen en goede doelen.
Tijdens de bestuursvergadering van 13 januari 2021 stemde de meerderheid voor het one-tier model. De drie andere bestuurders stemden tegen of onthielden zich. Daarmee was de vertrouwensbreuk een feit.
De vergadering die uiteenviel in twee kampen
Op 13 maart 2021 kwamen beide groepen bijeen voor een formele bestuursvergadering in een muziekcentrum. De drie dissidente bestuurders kwamen niet alleen, zij brachten externe adviseurs mee, waaronder een advocaat.
De vier andere bestuurders weigerden de externe adviseurs toe te laten tot de interne beraadslaging. Toen de drie bestuurders weigerden hun adviseurs weg te sturen, verplaatsten de vier bestuurders de vergadering fysiek naar een andere zaal, binnen hetzelfde gebouw.
Wat volgde was een bijzondere situatie: in de nieuwe zaal nam de meerderheid het besluit om de drie dissidente bestuurders te ontslaan. Tegelijkertijd namen de drie bestuurders in de oorspronkelijke zaal het besluit om de vier anderen te ontslaan.
Twee ontslagbesluiten. Eén stichting. En geen van beide groepen bereid toe te geven.
Wat zeiden de rechters?
De rechtbank keek in eerste instantie vooral naar de vraag waarom het ontslag werd uitgesproken. Zij vond dat het ontslag van de drie bestuurders door de meerderheid in strijd was met de redelijkheid en billijkheid, simpel gezegd: het was geen eerlijk middel, maar een manier om de minderheid te overrulen bij een meningsverschil over de koers.
Het Gerechtshof oordeelde echter anders. Het hof keek niet zozeer naar de motieven achter het ontslag, maar naar de vraag of de procedure correct was gevolgd en of de statuten het ontslag toestonden. En dat was het geval: de vergadering was rechtsgeldig bijeengeroepen, de statuten stonden collectief ontslag toe, en er was geen sprake van misbruik van bevoegdheid. Het ontslag van de drie bestuurders werd dan ook in stand gelaten.
Het hof voegde daar iets belangrijks aan toe: dat de drie bestuurders weigerden mee te verhuizen naar de andere zaal, omdat zij hun adviseurs niet mee mochten nemen, was hun eigen keuze. Die keuze had juridische gevolgen, die volledig voor hun eigen rekening kwamen.
Waarom het ontslag door de minderheid geen stand hield
Het besluit van de drie bestuurders om de vier anderen te ontslaan, werd door zowel de rechtbank als het hof ongeldig verklaard. Dit om twee redenen:
- Het ontslag stond niet op de agenda. Een ontslagbesluit is zo ingrijpend dat het vooraf expliciet op de uitnodiging voor de vergadering moet staan. Dat was bij de vergadering van 13 maart niet het geval voor het ontslag van de vier bestuurders, alleen het ontslag van de drie bestuurders stond geagendeerd.
- De drie bestuurders hadden de officiële vergadering verlaten. Door te weigeren mee te gaan naar de nieuwe zaal, onttrokken zij zich aan de formele vergadering. Wat zij daarna in de oorspronkelijke ruimte deden, telde juridisch niet meer als een rechtsgeldig bestuursvergadering. Hun ontslagbesluit had daardoor geen rechtskracht.
Vier lessen voor bestuurders
De Bospop-casus is geen juridische curiositeit, het is een waarschuwing. Vier lessen die u als bestuurder kunt meenemen:
1. Zet ontslag altijd expliciet op de agenda
Een ontslagbesluit is pas geldig als het van tevoren op de agenda staat van de oproep voor de vergadering. Staat het er niet op, dan heeft het besluit geen juridische waarde, hoe groot de meerderheid ook is.
2. Een advocaat meenemen is een recht, maar niet tijdens de vergadering zelf
Bestuurders mogen zich juridisch laten adviseren. Maar dat recht betekent niet dat een externe advocaat automatisch aanwezig mag zijn bij de interne beraadslaging van het bestuur. De meerderheid kan dat weigeren. Weigert u toch te vergaderen zonder uw adviseur, dan is dat uw eigen keuze, en uw eigen risico.
3. Wegblijven is fataal
Als de meerderheid de vergadering verplaatst, zelfs naar een andere zaal in hetzelfde gebouw, en u weigert mee te gaan, verliest u uw stem. En uw recht om gehoord te worden. Wat u daarna doet in de verlaten zaal, telt juridisch niet meer mee.
4. Slagvaardigheid mag zwaarder wegen dan harmonie
Zodra een meerderheid een koers heeft bepaald en een minderheid die koers actief blijft blokkeren, kan dat worden gezien als een onherstelbare vertrouwensbreuk. In dat geval is ontslag een legitiem middel om de organisatie weer bestuurbaar te maken. Voorwaarde is wel dat het besluit procedureel correct is genomen en dat er geen sprake is van machtsmisbruik.
Procedure is geen formaliteit
Conflicten in het bestuur zijn menselijk. Maar de manier waarop u ze aanpakt, procedureel correct, transparant en met oog voor de statuten, bepaalt uiteindelijk of uw beslissingen standhouden. De Bospop-uitspraak laat zien dat het formele kader er wel degelijk toe doet, ook als de verhoudingen al volledig zijn verstoord.