Regulus Advocatuur Regulus Advocatuur
  • Home
  • Ondernemingsrecht
  • Financieel recht
  • Kennis
    • Blog
    • Whitepapers
  • Over ons
    • Rik Harmsen
    • Ellis Samsom
    • Netwerkpartners
    • Corporate secretary
  • Contact
Verplichte registratie UBO vanaf 27 september 2020 een feit

Verplichte registratie UBO vanaf 27 september 2020 een feit

Ellis Samsom Ondernemingsrecht-Blog 04 september 2020
  • UBO
  • Ultimate Benificial Owner
  • uiteindelijk belanghebbende
  • registratieplicht
  • KvK
  • UBO-register

Op 23 juni jl is de wet waarin de registratie van de UBO’s, na diverse malen te zijn uitgesteld, aangenomen. Het UBO register is een gevolg van Europese regelgeving met als doel criminaliteit zoals het witwassen van geld en belastingontduiking tegen te gaan. Door deze registratie is het transparanter wie er daadwerkelijk aan de touwtjes trekt bij een organisatie. Nederland is een van de laatste landen die deze verplichting doorvoert. In ons omringende landen bestaat het UBO-register al langer.

Wat is een UBO

UBO staat voor Ultimate Benificial Owner, of in goed Nederlands uiteindelijk belanghebbende van een organisatie. Dit zijn natuurlijke personen die een (in)direct belang hebben van 25% of meer van het kapitaal, danwel op een andere wijze feitelijke zeggenschap kan uitoefenen bij deze organisatie. Hoe je dit precies moet uitzoeken, zullen we in een volgend blog uitleggen.

Voor wie geldt de registratieplicht

In Nederland zijn de volgende rechtsvormen verplicht hun UBO(‘s) in te schrijven:

  • niet-beursgenoteerde besloten (BV) en naamloze vennootschappen (NV)
  • stichtingen
  • verenigingen:
    • met volledige rechtsbevoegdheid
    • met beperkte rechtsbevoegdheid maar met onderneming
  • onderlinge waarborgmaatschappijen
  • coöperaties
  • personenvennootschappen: maatschappen, vennootschappen onder firma en commanditaire vennootschappen
  • rederijen
  • Europese naamloze vennootschappen (SE)
  • Europese coöperatieve vennootschappen (SCE)
  • Europese economische samenwerkingsverbanden die volgens hun statuten hun zetel in Nederland hebben (EESV) 

Kerkgenootschappen moeten ook UBO's gaan inschrijven, maar op dit moment is nog niet bekend wanneer dit mogelijk is. Zij krijgen hierover bericht van de Kamer van Koophandel.

Geen verplichting

De verplichte registratie geldt niet voor eenmanszaken, beursgenoteerde vennootschappen, verenigingen van eigenaars, publiekrechtelijke rechtspersonen en verenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid die geen onderneming drijven.

Welke gegevens worden openbaar
Een deel van de UBO gegevens moeten volgens de wet voor iedereen toegankelijk zijn. Dit betreft de volgende gegevens:

  • voor- en achternaam
  • geboortemaand en – jaar
  • nationaliteit
  • land waarin de UBO woonachtig is
  • aard en de omvang van het economisch belang van de UBO in de betreffende rechtspersoon

Alleen voor de bevoegde autoriteiten (zoals OM, politie, FIOD, DNB, AFM ) zijn de volgende aanvullende gegevens zichtbaar:

  • BSN of vergelijkbaar buitenlands fiscaal nummer
  • geboortedag, -plaats en -land

Afscherming

Een UBO kan bij de Kamer van Koophandel een verzoek indienen tot afscherming van de persoonsgegevens, in geval van  minderjarigheid en handelingsonbekwaamheid, of in geval van een onevenredig risico op bijvoorbeeld fraude, ontvoering en chantage. In het tweede geval wordt dit verzoek alleen gehonoreerd als het personen betreft die van overheidswege worden beschermd of beveiligd. In beide gevallen geldt de afscherming alleen voor de persoonsgegevens van de betreffende UBO; de aard en omvang van het belang van de betreffende UBO worden wel vermeld.

Inschrijven UBO’s bij Kamer van Koophandel

Alle bestaande UBO-plichtige organisaties zullen van de Kamer van Koophandel bericht ontvangen, waarin staat hoe de inschrijving in zijn werk gaat. Aan de inschrijving zijn geen extra kosten verbonden. De inschrijving moet uiterlijk 27 maart 2022 doorgegeven zijn. Voor na 27 september startende organisaties geldt deze verplichting direct.

Is uw vraag nog niet beantwoord of hebt u behoefte aan advies, neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Hoe is maatschappelijk verantwoord besturen juridisch te borgen

Hoe is maatschappelijk verantwoord besturen juridisch te borgen

Rik Harmsen Ondernemingsrecht-Blog 09 juni 2020
  • maatschappelijk verantwoord besturen
  • ondernemersrisico's

Enkele kanttekeningen bij het recente pleidooi van 25 Nederlandse hoogleraren ondernemingsrecht om in de wettelijke taakopdracht van bestuurders en commissarissen op te nemen dat hun vennootschap zich verantwoordelijk gedraagt.

De bepleite aangescherpte taakopdracht moet een einde maken aan het te dominante streven naar aandeelhouderswaarde, waardoor andere bij de vennootschap betrokken belangen, zoals milieu en maatschappij, het nogal eens afleggen. Het streven naar winstgevende continuïteit moet worden ingebed in een brede verantwoordelijkheid in de samenleving.

Corona-crisis

Dat deze oproep voor wetswijziging nu komt is niet helemaal toevallig. Er wordt aangehaakt bij de corona-crisis waarin de overheid veel ondernemersrisico’s moet overnemen. Hier mag dan wel een meer maatschappelijk verantwoorde houding van het bedrijfsleven tegenover gesteld worden, lijkt de argumentatie te zijn.

Op zichzelf is het streven van de hooggeleerden zeer prijzenswaardig. Niemand kan er toch bezwaar tegen hebben dat bedrijven zich verantwoordelijk moeten gedragen? Ik heb daar zeker geen bezwaar tegen. Maar ik heb wel twijfels bij het instrument dat hiervoor wordt ingezet. De initiatiefnemers willen in de wet opnemen dat bestuurders ervoor moeten zorgen dat de vennootschap als ‘verantwoordelijke vennootschap’ aan het maatschappelijk verkeer deelneemt en dat commissarissen daarop toezien.

Rechtsonzekerheid

Wat een ‘verantwoordelijke vennootschap’ precies is, wordt niet gedefinieerd. Dat lijkt me trouwens ook niet goed mogelijk. Het wordt aan de rechter overgelaten om aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval daar een nadere invulling aan te geven. Heel veel duidelijkheid vooraf biedt dat de bestuurders en commissarissen helaas niet. Het is wat juristen een ‘open norm’ noemen.

Voordeel van een open norm is dat aan de rechter grote vrijheid wordt gelaten om a.d.h.v. de concrete omstandigheden de norm verder in te vullen. Zo kan de rechter maatwerk leveren, en dat zorgt voor rechtvaardige beslissingen. Nadeel is echter dat dat met veel onzekerheid voor betrokkenen gepaard gaat zolang de norm nog niet in vele rechtszaken (gevoerd tot en met de Hoge Raad) is uitgekristalliseerd. Dat zorgt dus in de eerste jaren tot rechtsonzekerheid.

Bedacht moet worden dat het voorstel alle B.V.’s en N.V.’s betreft, van de multinationale beursvennootschap tot het midden- en kleinbedrijf. Zou het niet beter zijn te beginnen bij de bedrijven met de meeste maatschappelijke impact? Dan kan de nieuwe norm als eerste gaan gelden voor beursvennootschappen. Of, als men een stapje verder wil gaan, voor de vennootschappen die onder het structuurregiem vallen. Dat zijn grote vennootschappen met een verplichte RvC.

Inherente belangentegenstelling

Dat brengt mij tot een andere kanttekening bij dit hooggeleerde voorstel. Binnen ons vennootschapsrecht bestaat er een spanningsveld tussen de taakopdracht van bestuurders en commissarissen en de bevoegdheid van de algemene vergadering om te allen tijde bestuurders en commissarissen naar huis te sturen. Bestuurders moeten zich richten naar het belang van de vennootschap. Maar dat belang hoeft niet parallel te lopen met de belangen van aandeelhouders. Dat betekent dat bestuurders, die zoals het hoort, het belang van de vennootschap nastreven toch door aandeelhouders naar huis gestuurd kunnen worden. Men kan zich voorstellen dat dit bestuurders voor een lastig dilemma kan plaatsen, waardoor in de praktijk het aandeelhoudersbelang vaak net iets zwaarder weegt dan het belang van de vennootschap. Het voorstel van de hoogleraren biedt voor deze belangtegenstelling geen oplossing. Sterker nog, door aan de taakopdracht toe te voegen dat de vennootschap zich verantwoordelijk moet gedragen, wordt het potentiële belangenconflict juist vergroot.

Alternatief

Ik vraag mij af of het doel wat de hoogleraren voor ogen staat, een maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven, niet beter buiten het vennootschapsrecht kan worden gerealiseerd. Dan kan de norm ook voor andere rechtsvormen dan (Nederlandse) B.V.’s en N.V.’s gaan gelden.

Ik denk bijvoorbeeld aan de Wet zorgplicht kinderarbeid. Op grond van deze wet, die nog niet in werking is getreden, moet elke onderneming die aan Nederlandse eindgebruikers goederen verkoopt of diensten levert gepaste zorgvuldigheid betrachten om te voorkomen dat die goederen en/of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen. In de wet is voorzien dat belanghebbenden een klacht kunnen indienen, eerst bij de onderneming zelf en eventueel daarna bij een toezichthoudende instantie. Die toezichthouder kan sancties opleggen. Waarom breiden we het bereik van deze wet niet uit tot andere thema’s, die we als samenleving belangrijk vinden?

Is uw vraag nog niet beantwoord of hebt u behoefte aan advies, neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Vaststellen jaarrekening in tijden van corona

Vaststellen jaarrekening in tijden van corona

Rik Harmsen Ondernemingsrecht-Blog 31 maart 2020
  • COVID-19
  • elektronisch vergaderen
  • Tijdelijke Wet COVID-19
  • noodwet
  • jaarrekening

Het opstellen en vaststellen van de jaarrekening is een jaarlijks terugkerend fenomeen dat zich doorgaans afspeelt in de periode van maart tot en met juni. Organisaties zijn nu druk bezig met het opstellen van de jaarrekening, de (eventuele) accountantscontrole en het plannen van de algemene (leden)vergaderingen voor het vaststellen van de jaarrekening en het verlenen van decharge. De maatregelen in verband met de coronacrisis gooien nu flink roet in het eten. Sinds 23 maart jl. geldt dat tot 1 juni alle bijeenkomsten verboden zijn.

Eerst even de wettelijke regels omtrent het opstellen en vaststellen van de jaarrekening op een rijtje.

Opstellen jaarrekening

Voor vennootschappen geldt de wettelijke regel (2:210 lid 1 BW) dat het bestuur verplicht is jaarlijks binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening op te stellen. Deze termijn kan op grond van bijzondere omstandigheden door de algemene vergadering verlengd worden met ten hoogste vijf maanden.

Voor verenigingen (2:49 lid1 BW) en stichtingen (2:300 lid 1 BW) geldt dat het bestuur in beginsel binnen zes maanden de jaarrekening op dient te stellen, waarbij door het daarvoor bevoegde orgaan uitstel van ten hoogste vier maanden verleend kan worden. Voor alle organisaties komt dit, in geval van uitstel, neer op maximaal 10 maanden. Loopt het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar dan komt dat dus uit op eind oktober.  

Vaststellen jaarrekening

De bevoegdheid tot het vaststellen van de jaarrekening ligt bij de BV bij de algemene vergadering (2:210 lid 3 BW). Voor de BV is in de wet sinds 2012 niet meer opgenomen wanneer deze algemene vergadering gehouden dient te worden. In de wet is alleen maar opgenomen dat er jaarlijks in ieder geval één algemene vergadering gehouden dient te worden. Bij verenigingen ligt de bevoegdheid tot het vaststellen van de jaarrekening bij de algemene ledenvergadering of de ledenraad. Hiervoor is wel een wettelijke termijn opgenomen: één maand na afloop van de termijn voor het opstellen van de jaarrekening. Dezelfde bepaling geldt voor de stichting, zij het dat daar geen algemene ledenvergadering of ledenraad bestaat.

Bijeenkomsten tot 1 juni verboden, tenzij…

Er gelden wel enkele uitzonderingen op dit verbod, onder andere voor de wettelijk verplichte algemene vergadering van aandeelhouders. Voorwaarde is dan wel dat er niet meer dan 99 personen aanwezig mogen zijn, en zij onderling een afstand van 1,5 meter aanhouden. 

Welke mogelijkheden zijn er?

Verlenging termijn aanvragen

De eenvoudigste oplossing is het vragen van een verlenging van de termijn aan het hiervoor bevoegde orgaan. Die verlenging kan gelukkig ook later nog worden verleend. Anders loopt u tegen de moeilijkheid op dat er geen algemene vergadering gehouden kan worden tot vaststelling van de jaarrekening, maar dat er dan ook geen algemene vergadering gehouden kan worden om te besluiten over het verlenen van uitstel. Zoals reeds eerder vermeld, biedt de wet deze mogelijkheid op grond van bijzondere omstandigheden. We kunnen er wel van uitgaan dat de coronacrisis hieronder valt. Wanneer uw boekjaar gelijk is aan het kalanderjaar heeft u dan tot maximaal eind november (verenigingen en stichtingen) of zelfs tot eind december (BV’s) de tijd voor het vaststellen van de jaarrekening tijdens de algemene vergadering. 

Let op: het kan zijn dat in uw statuten of reglementen aanvullende bepalingen opgenomen zijn, waardoor deze vorm van uitstel niet mogelijk is. Vooral BV’s die hun statuten niet aangepast hebben na 2012 doen er verstandig aan hun statuten hier nog even op na te slaan. Vóór de wetswijziging van 2012 moest de algemene vergadering namelijk binnen zes maanden na afsluiting van het boekjaar gehouden worden. In veel statuten van vóór deze wetswijziging is deze bepaling overgenomen.

Schriftelijk

Een andere mogelijkheid is om de jaarrekening schriftelijk te laten vaststellen. De wet biedt hiertoe mogelijkheden.

BV

Voor de BV is geregeld dat besluitvorming van aandeelhouders ook buiten vergadering kan plaatsvinden. Voorwaarde hiervoor is dat alle vergadergerechtigden vooraf met deze vorm van besluitvorming hebben ingestemd. Deze instemming kan langs elektronische weg plaatsvinden, tenzij dit in de statuten anders is geregeld. Als dit gebeurd is, kunnen de stemmen schriftelijk worden uitgebracht. Ook hier geldt dat de stemmen ook via de elektronische weg kunnen worden uitgebracht, tenzij de statuten dit uitsluiten. Voorafgaand aan de besluitvorming worden de bestuurders en commissarissen in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. Verder moet de stemmen van de aandeelhouders worden vastgelegd en bewaard. (2:238 BW).

In de praktijk kunnen de te volgen stappen er zo uitzien:

  1. Alle vergadergerechtigden schriftelijk of per e-mail vragen in te stemmen dat besluitvorming over de jaarrekening buiten vergadering zal plaatsvinden.
  2. Als iedereen hiermee ingestemd heeft, versturen van de jaarrekening met eventueel een toelichting en advies van de bestuurders en commissarissen. Tevens stuurt u een stemformulier mee met het verzoek om deze terug te sturen. (stap 1 en 2 kunnen worden gecombineerd)
  3. Alle stemformulieren worden verzameld en geregistreerd.
  4. Als alle stemformulieren ontvangen zijn, worden de stemmen geteld.
  5. De uitslag wordt schriftelijk vastgelegd en meegedeeld aan alle stemgerechtigden.
Vereniging

Voor de vereniging is in artikel 2:40 BW opgenomen dat een eenstemmig besluit van alle leden of afgevaardigden (ledenraad) ook zijn zij niet in vergadering bijeen, en mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht heeft als een besluit van de algemene vergadering. Dit houdt dus in dat vaststelling van de jaarrekening alleen mogelijk is als iedereen een positieve stem uitbrengt.

Virtueel

Sinds 2007 bestaat ook de mogelijkheid om via elektronische middelen aan een algemene vergadering deel te nemen en daarin stem uit te brengen, mits de statuten dat toestaan (voor de BV art. 2:227a BW; voor verenigingen art. 2:38 BW). Bij statuten van vóór 2007 zal deze mogelijkheid nog niet zijn voorzien. Elektronische deelname aan een vergadering betekent niet dat er helemaal geen fysieke vergadering plaatsvindt. Maar het is goed denkbaar dat op de fysieke vergadering alleen de voorzitter aanwezig is en dat alle overige vergadergerechtigden (en ook bestuurders en commissarissen) elektronisch deelnemen.

Het spreekt voor zich dat iedere vergadergerechtigde die elektronisch deelneemt geïdentificeerd moet kunnen worden. Hij of zij moet ten minste de vergadering kunnen volgen en kunnen stemmen. Het is niet verplicht om vergadergerechtigden ook de mogelijkheid te bieden om op afstand ook het woord te voeren. Dat zou namelijk op praktische bezwaren kunnen stuiten, met name als er veel deelnemers op afstand zijn. Maar de statuten kunnen hier wel in voorzien.

Om een en ander mogelijk te maken, moet het bestuur vooraf bekend maken met welk systeem men elektronisch deelgenomen kan worden en de voorwaarden die daarvoor gelden. Dit moet bij de oproeping voor de vergadering gebeuren. Indien de vergadergerechtigden daar vooraf mee instemmen, kan ook die oproeping elektronisch verzonden worden.

Noodwet COVID-19

Aangezien het niet bij alle rechtspersonen statutair mogelijk is om virtueel te kunnen vergaderen, is hiervoor een noodwet in de maak. Dit heeft het Ministerie van Veiligheid 3 april jl bekendgemaakt in een nieuwsbericht. In dit bericht in onder meer het volgende opgenomen:

‘Zo wordt het op verschillende terreinen mogelijk om, waar nu nog fysieke overleg- en besluitvormingsprocedures zijn voorgeschreven, tijdelijk via elektronische middelen te communiceren. Dan gaat het bijvoorbeeld om beursvennootschappen en verenigingen die jaarlijks een algemene vergadering moeten houden. Door het coronavirus is het fysiek bijeenkomen onwenselijk.

Het bestuur van rechtspersonen kan straks bepalen om een algemene vergadering te houden die uitsluitend via livestream (audio of video) te volgen is. Voorwaarde is wel dat de leden en aandeelhouders tijdens die vergadering of van tevoren vragen kunnen indienen, die uiterlijk op de vergadering zelf worden beantwoord. Mocht een lid of aandeelhouder niet optimaal hebben kunnen deelnemen aan zo’n vergadering, dan zijn de genomen besluiten toch rechtsgeldig. Ook kan het bestuur de termijn voor het houden van een algemene vergadering en de termijn voor het opmaken van de jaarrekening uitstellen.’

Lees hier meer over de inhoud van de noodwet met betrekking tot besluitvorming bij rechtspersonen.

De noodwet is inmiddels op 24 april 2020 van kracht geworden, en loopt in beginsel tot 1 september 2020, met steeds een verlenging van twee maanden mogelijk. De bepalingen hebben een terugwerkende kracht tot en met 16 maart 2020.

Conclusie en advies

Er bestaan dus verschillende mogelijkheden om ook in deze tijden een algemene vergadering te kunnen houden, zoals hierboven wordt geschetst. Welke mogelijkheid uw voorkeur heeft, hangt van uw omstandigheden af. Het is in ieder geval raadzaam om uw statuten erop na te slaan. Daarnaast kunnen er naast de wettelijke verplichtingen ook per branche nog aparte governanceregels gelden. Zo is het voor een ANBI instelling bijvoorbeeld verplicht om de financiële verantwoording binnen 6 maanden na einde boekjaar op de eigen website te publiceren. De noodwet voorziet niet in een regeling dat ook deze termijn van 6 maanden wordt verlengd. Het ziet er naar uit dat gezien de huidige situatie dat deze termijn van 6 maanden zal worden verlengd. Mocht het wel mogelijk zijn de jaarstukken binnen 6 maanden vast te stellen, dan is dat aan te bevelen.

Mocht u advies willen over uw specifieke situatie kunt u vrijblijvend contact met ons opnemen. . Wij bieden aan gratis uw statuten te screenen welke van voornoemde opties voor uw organisatie mogelijk zijn.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Corona-noodwet maakt elektronisch vergaderen voor rechtspersonen mogelijk

Corona-noodwet maakt elektronisch vergaderen voor rechtspersonen mogelijk

Rik Harmsen Ondernemingsrecht-Blog 09 april 2020

Op 21 april 2020 is door de Eerste Kamer een noodwet aangenomen. Deze tijdelijke wet gaat onder andere over de wijze van besluitvorming bij rechtspersonen. De wet is op 24 april 2020 van kracht geworden, en loopt in beginsel tot 1 september 2020 waarbij steeds een verlenging van twee maanden mogelijk is. De bepalingen hebben een terugwerkende kracht tot en met 16 maart 2020.

Waarom is deze noodwet nodig?

Alle rechtspersonen zijn jaarlijks verplicht om een algemene vergadering te houden. Deze vergaderingen worden doorgaans in het voorjaar gehouden, binnen zes maanden na afloop van het boekjaar. Daar wordt de jaarrekening vastgesteld, wordt decharge verleend aan bestuurders en commissarissen en kunnen bestuurders of commissarissen worden benoemd.

Om de verspreiding van COVID-19 te beperken, kan het fysiek bijeenkomen voor een algemene vergadering van leden of aandeelhouders onwenselijk zijn. Hoewel het Burgerlijk Wetboek faciliteiten biedt om via een elektronisch communicatiemiddel deel te nemen aan de algemene vergadering en het stemrecht uit te oefenen, hebben niet alle rechtspersonen deze mogelijkheid opgenomen in hun statuten.

Om te voorkomen dat er twijfel bestaat over de rechtsgeldigheid van genomen besluiten indien een algemene vergadering niet volgens de wet en de statuten verloopt en om te voorkomen dat uitstel van een algemene vergadering kan leiden tot het niet-naleven van wettelijke termijnen, regelt deze noodwet tijdelijke afwijkingen van wettelijke en statutaire bepalingen over het houden van fysieke vergaderingen.

Wat staat er in de noodwet over elektronisch vergaderen?

In de noodwet is een aantal artikelen opgenomen over het houden van elektronische vergaderingen en welke voorwaarden hieraan verbonden zijn voor alle rechtspersonen.

Volledig elektronisch of hybride vergadering

Kort gezegd komt het erop neer dat het bestuur kan bepalen om in plaats van een fysieke vergadering een geheel of gedeeltelijke elektronische vergadering kan houden. Bij een geheel elektronische vergadering nemen alle deelnemers via een elektronische verbinding deel aan de vergadering. In geval van een gedeeltelijk elektronische vergadering zal een deel van de deelnemers (te denken valt aan de voorzitter, bestuurder en commissarissen) fysiek bij elkaar zijn, en de rest deelnemen via elektronische weg. Dit wordt ook wel hybride vergadering genoemd.

Aan beide vormen is wel een aantal voorwaarden verbonden:

  1. Bij de oproeping wordt vermeld dat de vergadering elektronisch zal plaatsvinden.
  2. De leden/aandeelhouders moeten de vergadering via een elektronisch communicatiemiddel kunnen volgen
  3. De leden/aandeelhouders moeten vooraf (tot uiterlijk 72 uur voor de vergadering) in de gelegenheid worden gesteld vragen te stellen over de geagendeerde onderwerpen. Dit kan schriftelijk of elektronisch vormgegeven worden.
  4. Deze vragen moeten uiterlijk tijdens de vergadering worden beantwoord. De antwoorden moeten ook op een andere elektronische wijze toegankelijk worden gemaakt voor de leden/ aandeelhouders (bijvoorbeeld dmv e-mail of plaatsing op de website). Op deze manier kunnen de leden/aandeelhouders de antwoorden betrekken bij het uitbrengen van hun stem.
  5. Tijdens de vergadering moet het mogelijk zijn om via elektronische weg of op een andere wijze aanvullende vragen te stellen. De voorzitter van de vergadering kan anders bepalen.

Uitbrengen van stemmen

Het bestuur kan bepalen op welke wijze de stemmen kunnen worden uitgebracht. Dit kan inhouden dat de stemmen uitsluitend via elektronische weg tijdens de vergadering kunnen worden uitgebracht. Het bestuur kan echter ook bepalen dat stemmen die voorafgaand aan de vergadering via elektronische weg worden uitgebracht meegenomen kunnen worden met de stemmen die op de vergadering zelf worden uitgebracht. Dit moet wel duidelijk bij de oproeping van de vergadering worden vermeld.

Wanneer gaat de noodwet in?

Het voorstel voor de noodwet ligt nu bij de Tweede Kamer, maar het is de verwachting dat deze wet snel doorgevoerd zal worden. In het wetsvoorstel is ook opgenomen dat de wet met terugwerkende kracht vanaf 23 maart 2020 in werking zal treden, en in ieder geval van kracht zal blijven tot 1 september 2020. Afhankelijk van de situatie op dat moment zal bekeken worden of het nodig is om de wet te verlengen.

Zodra er meer duidelijkheid is over de invoering van de noodwet, zullen wij dat in dit artikel verwerken.

Achtergrondinformatie

Volledige tekst wetsvoorstel Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid

Memorie van toelichting op wetsvoorstel

Vaststellen jaarrekening in tijden van corona

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Wie gaat er eigenlijk over een dividenduitkering

Wie gaat er eigenlijk over een dividenduitkering

Rik Harmsen Ondernemingsrecht-Blog 03 maart 2020

Stelt u zich eens de volgende situatie voor

Er is een onderneming met drie aandeelhouders. Tijdens de jaarvergadering vraagt één van de aandeelhouders of er dividend wordt uitgekeerd. De bestuurder behoudt de winst liever als buffer voor de toekomst van de onderneming en wil geen dividenduitkering doen.

Wie gaat er nu over de dividenduitkering?

Het blijkt dat veel MKB ondernemers en hun aandeelhouders niet precies weten hoe het eigenlijk zit met een dividenduitkering. Wanneer kan men besluiten tot het uitkeren van dividend, welke voorwaarden zijn hieraan verbonden en wie mag dit besluit nemen? Dit is in de wet netjes geregeld, en vaak zijn hier ook bepalingen over opgenomen in de statuten van de onderneming. Hieronder volgt een korte toelichting.

Een dividenduitkering is een winstuitkering aan de aandeelhouders. Deze uitkering kan dus alleen plaatsvinden als er winst is gemaakt door de onderneming. Maar er kunnen ook andere uitkeringen gedaan worden. Bijvoorbeeld een uitkering uit de algemene reserves of een uitkering van het aandelenkapitaal.  

De bevoegdheid om tot dividenduitkering te besluiten ligt bij de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA). Maar de statuten kunnen die bevoegdheid beperken of aan een ander orgaan toekennen (bijvoorbeeld de raad van commissarissen of de vergadering van houders van prioriteitsaandelen). Het dividendbesluit wordt doorgaans genomen in de vergadering waarin ook de jaarrekening wordt vastgesteld. Een dergelijk besluit kan alleen genomen worden als dit ook in de oproeping (agenda) van de betreffende vergadering wordt vermeld. De agenda wordt opgesteld door het bestuur en het bestuur kan dus voorstellen een dividenduitkering te doen. Aandeelhouders kunnen het bestuur verzoeken om het onderwerp dividenduitkering te agenderen. 

Balanstest en uitkeringstest

Nadat in de AvA wordt besloten om over te gaan tot het uitkeren van dividend is er nog een hobbel te nemen. Er mag geen uitkering gedaan worden als het eigen vermogen vermeerderd met de wettelijke en statutaire reserves negatief is of door de uitkering negatief wordt (de ‘balanstest’). Daarnaast moet getoetst worden of de vennootschap na de uitkering nog kan voldoen aan haar verplichtingen (de ‘uitkeringstest’). Het bestuur moet deze test uitvoeren. Als het bestuur weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de uitkomst daarvan negatief is, mag geen goedkeuring verleend worden aan het uitkeringsbesluit. Hierbij moet ook gekeken worden naar de verplichtingen die in de eerstkomende 12 maanden worden verwacht. In sommige gevallen is een beoordeling over een langere periode nodig.

Aansprakelijkheid bestuurder

Als er ondanks een negatieve uitkomst een (dividend)uitkering plaatsvindt, kan dat leiden tot de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders. Bestuurders doen er daarom goed aan om deze balanstest en uitkeringstest nauwlettend uit te voeren en hun bevindingen schriftelijk vast te leggen en goed te bewaren. Pas nadat de bestuurder deze toets heeft uitgevoerd (met positief resultaat) en toestemming heeft verleend aan de uitkering, kan worden overgegaan tot de daadwerkelijke uitkering.

Nog even het proces stapsgewijs

  1. Onderwerp in agenda opnemen
  2. Vaststellen jaarrekening
  3. Besluit tot dividenduitkering (of andere uitkeringen) door de AvA
  4. Balanstest en uitkeringstest door bestuurder
  5. Na positief resultaat goedkeuring door bestuurder
  6. Uitkeren dividend

Is uw vraag nog niet beantwoord of hebt u behoefte aan advies, neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

 Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

  1. Elektronisch deponeren jaarrekening, een korte handleiding
  2. Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen aangenomen door Tweede Kamer

Pagina 10 van 11

  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11

Regulus Advocatuur & Conflictmanagement

030 – 693 45 50 / 06 - 296 000 10
info@regulusadvocatuur.nl
www.regulusadvocatuur.nl

Huis ter Heideweg 24A
3705 LZ Zeist
Nederland

BTW nummer NL001518104B72
KvK nummer 30281730

Privacybeleid   |   Algemene voorwaarden   |   Klachtenregeling   |   Disclaimer   |   Waarnemingsregeling   |   Wwft-informatie

Ⓒ 2023 Regulus Advocatuur - Alle rechten voorbehouden   |   Powered by BM-Media

  • Home
  • Ondernemingsrecht
  • Financieel recht
  • Kennis
    • Blog
    • Whitepapers
  • Over ons
    • Rik Harmsen
    • Ellis Samsom
    • Netwerkpartners
    • Corporate secretary
  • Contact