Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen aangenomen door Tweede Kamer

7 februari 2020 - Ellis Samsom

Op 28 januari 2020 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen aangenomen. Doel van dit wetsvoorstel is verduidelijking van de regels voor bestuur en toezicht bij verenigingen, stichtingen, coöperaties, en onderlinge waarborgmaatschappijen. Hiermee wordt meer aangesloten bij de bestaande regels voor de BV en de NV.

De belangrijkste wijzigingen zijn:

Toezicht
Zo is het voor de BV en NV nu al geregeld dat zij een toezichthoudend orgaan (Raad van Commissarissen) kunnen instellen. In het wetsvoorstel wordt dit voor alle rechtspersonen geregeld. In plaats van Raad van Commissarissen mag ook de term Raad van Toezicht worden gehanteerd.

One-tier board
Daarnaast wordt het voor alle rechtspersonen mogelijk om te kiezen voor een zogenaamd monistisch bestuur of one-tier board. Een one tier board is een bestuursvorm waarin zowel uitvoerende als niet-uitvoerende bestuurders zitten. De niet-uitvoerend bestuurders vervullen hierbij de toezichthoudende rol. Deze bestuursvorm -sinds 2013 al mogelijk voor de BV en NV- is vooral in Angelsaksische landen gebruikelijk maar wint inmiddels ook in Nederland aan terrein.

Tegenstrijdig belang
Voor alle rechtspersonen wordt een tegenstijdig belangregeling opgenomen, op grond waarvan een bestuurder of commissaris/toezichthouder met een tegenstijdig belang niet mag deelnemen  aan beraadslaging en besluitvorming over het betreffende onderwerp.

Aansprakelijkheid bestuurder en commissarissen/toezichthouders
Het wetsvoorstel bevat een bepaling op grond waarvan bestuurders én commissarissen van alle soorten stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen zowel in als buiten faillissement aansprakelijk gesteld kunnen worden voor onbehoorlijke taakvervulling. Ten opzichte van de huidige situatie betekent dit vooral een extra risico voor bestuurders en commissarissen van niet-commerciële stichtingen en verenigingen in faillissementssituaties. De wetgever heeft dit risico iets verzacht doordat in geval van faillissement het wettelijke bewijsvermoeden voor hen niet geldt. Dat wettelijke bewijsvermoeden houdt in dat vermoed wordt dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement is, wanneer niet voldaan is de boekhoudplicht en/of de plicht om een jaarrekening te deponeren bij het handelsregister. Het bewijsvermoeden geldt wel voor commerciële stichtingen en verenigingen, voor de coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappijen en ook voor semipublieke instellingen. Dit zijn dus stichtingen en verenigingen die vennootschapsbelastingplichtig zijn, een jaarrekening moeten opstellen of een financiële verantwoording moeten opstellen die gelijkwaardig is aan een jaarrekening.

Belet en ontstentenisregeling
Bestaande stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen dienen in hun statuten regels op te nemen over defungeren, ontslag, langdurige ziekte of schorsing van alle bestuurders of commissarissen. Als dit nog niet het geval is, dienen zij hun statuten bij de eerstvolgende gelegenheid hierop aan te passen.

Uitbrengen meerdere stemmen
De mogelijkheid dat een bestuurder of commissaris van een stichting, vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij meer stemmen kan uitbrengen dan de andere bestuurders respectievelijk commissarissen tezamen, wordt aan banden gelegd. Voortaan kunnen de statuten slechts bepalen dat een bepaalde bestuurder meer dan één stem kan uitbrengen, maar niet meer dan de andere bestuurders samen. Deze regeling kennen we al bij de BV en de NV.  

Wanneer treedt de wet in werking?
Dit is nog niet bekend. Het wetsvoorstel dient ook nog door de Eerste Kamer te worden aangenomen. Op 11 februari 2020 bespreekt de Eerste Kamercommissie voor Justitie de procedure.

7 februari 2020, Ellis Samsom


© Regulus Advocatuur