Wie gaater er eigenlijk over een dividenduitkering

3 maart 2020 - Rik Harmsen

Stelt u zich eens de volgende situatie voor:

Er is een onderneming met drie aandeelhouders. Tijdens de jaarvergadering vraagt één van de aandeelhouders of er dividend wordt uitgekeerd. De bestuurder behoudt de winst liever als buffer voor de toekomst van de onderneming en wil geen dividenduitkering doen.

Wie gaat hier nu over?

Het blijkt dat veel MKB ondernemers en hun aandeelhouders niet precies weten hoe het eigenlijk zit met een dividenduitkering. Wanneer kan men besluiten tot het uitkeren van dividend, welke voorwaarden zijn hieraan verbonden en wie mag dit besluit nemen? Dit is in de wet netjes geregeld, en vaak zijn hier ook bepalingen over opgenomen in de statuten van de onderneming. Hieronder volgt een korte toelichting.

Een dividenduitkering is een winstuitkering aan de aandeelhouders. Deze uitkering kan dus alleen plaatsvinden als er winst is gemaakt door de onderneming. Maar er kunnen ook andere uitkeringen gedaan worden. Bijvoorbeeld een uitkering uit de algemene reserves of een uitkering van het aandelenkapitaal.  

De bevoegdheid om tot dividenduitkering te besluiten ligt bij de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA). Maar de statuten kunnen die bevoegdheid beperken of aan een ander orgaan toekennen (bijvoorbeeld de raad van commissarissen of de vergadering van houders van prioriteitsaandelen). Het dividendbesluit wordt doorgaans genomen in de vergadering waarin ook de jaarrekening wordt vastgesteld. Een dergelijk besluit kan alleen genomen worden als dit ook in de oproeping (agenda) van de betreffende vergadering wordt vermeld. De agenda wordt opgesteld door het bestuur en het bestuur kan dus voorstellen een dividenduitkering te doen. Aandeelhouders kunnen het bestuur verzoeken om het onderwerp dividenduitkering te agenderen. 

Balanstest en uitkeringstest

Nadat in de AvA wordt besloten om over te gaan tot het uitkeren van dividend is er nog een hobbel te nemen. Er mag geen uitkering gedaan worden als het eigen vermogen vermeerderd met de wettelijke en statutaire reserves negatief is of door de uitkering negatief wordt (de ‘balanstest’). Daarnaast moet getoetst worden of de vennootschap na de uitkering nog kan voldoen aan haar verplichtingen (de ‘uitkeringstest’). Het bestuur moet deze test uitvoeren. Als het bestuur weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de uitkomst daarvan negatief is, mag geen goedkeuring verleend worden aan het uitkeringsbesluit. Hierbij moet ook gekeken worden naar de verplichtingen die in de eerstkomende 12 maanden worden verwacht. In sommige gevallen is een beoordeling over een langere periode nodig.

Aansprakelijkheid bestuurder

Als er ondanks een negatieve uitkomst een (dividend)uitkering plaatsvindt, kan dat leiden tot de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders. Bestuurders doen er daarom goed aan om deze balanstest en uitkeringstest nauwlettend uit te voeren en hun bevindingen schriftelijk vast te leggen en goed te bewaren. Pas nadat de bestuurder deze toets heeft uitgevoerd (met positief resultaat) en toestemming heeft verleend aan de uitkering, kan worden overgegaan tot de daadwerkelijke uitkering.

Nog even het proces stapsgewijs

  1. Onderwerp in agenda opnemen
  2. Vaststellen jaarrekening
  3. Besluit tot dividenduitkering (of andere uitkeringen) door de AvA
  4. Balanstest en uitkeringstest door bestuurder
  5. Na positief resultaat goedkeuring door bestuurder
  6. Uitkeren dividend

Rik Harmsen, 3 maart 2020

Meer weten? Neem dan contact op: 06-29600010

© Regulus Advocatuur